Handelingen Tweede Kamer 1896-1897 09 december 1896

Ga naar pagina


SluitBiografie

C. Lely

Krachtige en bekwame liberale minister, ingenieur en bestuurder. De man van de afsluiting en inpoldering van de Zuiderzee. Een wet daartoe bracht hij in 1918, zijn laatste jaar als minister, tot stand. Werd in 1891 tamelijk jong minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid in het kabinet-Van Tienhoven en leidde een staatscommissie over de Zuiderzee. Had als minister in het kabinet-Pierson ook een groot aandeel in het totstandkomen van de eerste sociale wetgeving (Ongevallenwet 1901) en bij de ontwikkeling van de mijnbouw in Limburg. Was behalve minister ook Tweede en Eerste Kamerlid, Gouverneur van Suriname en wethouder van Den Haag. Vlot en vaardig spreker met een hoge stem. Enige staatsman naar wie een gemeente is vernoemd.

Lees door bij PDC
SluitBiografie

P.B.J. Ferf

Progressieve liberaal van Friese afkomst, die na een opleiding tot notaris al op 25-jarige leeftijd burgemeester werd van Westzaan en een jaar later tevens van Koog aan de Zaan. Daarna vijfentwintig jaar gedeputeerde van Noord-Holland en eenentwintig jaar lid Tweede Kamer als afgevaardigde van Hoorn voor de Liberale Unie. Aanhanger van Tak van Poortvliet, die toch voor de Kieswet-Van Houten stemde. Woordvoerder over landbouw en visserij en in de Eerste Kamer over binnenlands bestuur.

Lees door bij PDC
SluitBiografie

S. van Houten

Onafhankelijk liberaal, die bijna veertig jaar een belangrijke rol in de Nederlandse politiek speelde. Advocaat in en afgevaardigde van Groningen. Gold bij binnenkomst in het parlement als uiterst progressief. Zette zich af tegen de leer van staatsonthouding van Thorbecke. Bracht in 1874 via een initiatiefvoorstel het bekende Kinderwetje tot stand. Kwam geleidelijk in conservatiever vaarwater en keerde zich tegen de plannen van Tak voor algemeen mannenkiesrecht. Bracht als bekwaam minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Röell in 1896 wel zeer krachtdadig een belangrijke kiesrechtuitbreiding tot stand. Zijn rol was daarna grotendeels uitgespeeld, al bleef hij begin twintigste eeuw actief als tegenstander van de evenredige vertegenwoordiging. Beminnelijk man in de omgang met een brede belangstelling; cultuurminnend en erudiet.

Lees door bij PDC