men. Deze eisen kunnen mede inhouden dat financiƫle steun slechts wordt verleend indien de uitgever een project indient dat uitzicht biedt op een rendabele exploitatie.

Artikel 133. Het bepaalde in het tweede lid komt overeen met artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Artikel 139. De strafrechtelijke sancties op de artikelen 10, tweede lid, 11, 12 en 19 W.O. zijn vervallen omdat deze niet meer noodzakelijk bleken te zijn. Artikel 140. Van het binnentreden als bedoeld in het tweede lid van artikel 140 dient een schriftelijk verslag te worden opgemaakt. Het derde en vierde lid ziet op de ambtshalve registratie. De overige twee leden zijn afkomstig van artikel 26 W.O.

Artikel 141. Voorafgaande aan de akte zal een registeraccountant de waarde van het vermogen bepalen. Voorafgaande aan de akte zal een door de Minister van WVC aan te wijzen notaris worden belast met de verdeling zoals in het artikel is aangegeven. Het vermogen van de Nederlandse Omroep Stichting dat samenhangt met taken van de Nederlandse Omroep Stichting die niet worden gecontinueerd door hetzij het Commissariaat voor de Media, hetzij de Stichting, hetzij het Bedrijf, respectievelijk niet samenhangen met de taken die hen door deze wet zijn opgedragen, valt overeenkomstig het bepaalde onder a, ten 3e, toe aan het Bedrijf. Onder de taken van de Stichting in dit artikel, vallen ook de taken die op grond van artikel 146 aan de Stichting toevallen.

Artikel 143. Het verschil tussen het in de statuten van het Bedrijf bij zijn oprichting vermelde maatschappelijke kapitaal en het in dit artikel bedoelde vermogen wordt als agio aangewezen.

Artikel 144. Het gaat hier om de inbreng van de AVRO, KRO, NCRV, VARA en VPRO van elk f 200 bij de oprichting van de Nederlandse Radio-Unie, blijkens de oprichtingsakte c.q. statuten van de desbetreffende Stichting d.d. 10 februari 1947. Alsmede om de inbreng van de AVRO, KRO, VARA en NCRV van elk f 250 bij de oprichting van de Nederlandse Televisie Stichting, blijkens de akte van die Stichting d.d. 31 mei 1951. Blijkens de notariƫle akte van vastlegging van de statuten van de Nederlandse Omroep Stichting d.d. 9 juni 1969 zijn bovenvermelde ingebrachte gelden overgegaan op de Nederlandse Omroep Stichting. De Minister van WVC zal bedoelde gelden restitueren aan bedoelde omroeporganisaties, vermeerderd met verschul-digde rente. De met deze restitutie gemoeide bedragen zullen ten laste worden gebracht van de algemene reserve van de omroep.

Artikel 145. Het is redelijk de desbetreffende bepalingen inzake splitsing van naamloze vennootschappen zoals aangegeven in de zesde richtlijn van de EEG in dit opzicht van overeenkomstige toepassing te doen zijn, ofschoon genoemde richtlijn in Nederland nog niet van toepassing is en de Nederlandse Omroep Stichting geen vennootschap is. Uit het Burgerlijk Wetboek volgt dat de Beheerstichting niet aansprakelijk gesteld kan worden voor de verplichtingen van de Stichting, het Bedrijf, de Nederlandse Omroepstichting en het Commissariaat.

Artikel 146. De in het vijfde lid bedoelde vermogensbestanddelen betreffen vermogensbestanddelen die op grond van artikel 141 aan de Stichting zijn toegedeeld. Indien de Minister besluit dat (een deel van) deze taken niet bij de Stichting blijven, dan is het redelijk dat de betreffende vermogensbestanddelen worden toegedeeld aan de omroepverenigingen. De Stichting zal de opdracht krijgen om binnen twee jaar een advies uit te brengen aan het Commissariaat voor de Media over taken en daarbij

Tweede Kamer, vergaderjaar 1984-1985, 19136, nrs. 1-3

126