moment van verzelfstandiging ingeschakeld zijn de mogelijkheid zal worden geboden om op basis van een contract de lotenverkoop voort te zetten. Overigens delen wij mede dat het nieuwe vestigingsbeleid voor verkooppunten van staatsloten in het eerdergenoemde Georganiseerd Overleg aan de orde is geweest.

Het principiële bezwaar van de leden van de GPV-fractie tegen de inschakeling van de PTT is bekend. Er zijn echter goede redenen aan te voeren voor de keuze voor inscha-keling van de PTT en wel de volgende. De verkoop van staatsloten is een dienst aan het publiek. De Staatsloterij ziet zich hierbij geconfronteerd met een zich wijzigend consumentengedrag. In tegenstelling tot vroeger, toen de consument de Staatsloterij opzocht, moet de Staatsloterij thans de consument opzoeken. Een van de maatregelen hierbij is dat de Staatsloterij haar produkten aan zal bieden op die plaatsen waar veel consumentenverkeer is. De aantrekkelijkheid van de inschakeling van postkantoren is derhalve m.n. daarin gelegen dat een postkantoor een bij een ieder bekend centraal punt van dienstverlening is. Het postkantoor is verzekerd van een permanente toeloop van omwonenden. Daarnaast heeft het personeel van de postkantoren een adequate scholing ondergaan ten aanzien van dienstverlening. Vervolgens staat de betrouwbaarheid van de postkantoren buiten kijf. Bovendien is de PTT gewend om om te gaan met waardepapieren, hetgeen ook met het oog op het tegengaan van vervreemding en fraude van groot belang is.

De leden van de GPV-fractie wezen terecht op het feit dat de Staatslo-terij inmiddels afscheid heeft genomen van het instituut collecteurs. Het tweede lid van artikel 10 zal in die zin worden aangepast.

Artikel 17

De leden van de GPV-fractie constateerden dat het woord staatsloterij soms met een kleine letter en soms met een hoofdletter wordt geschreven. Indien er sprake is van de organisatie Staatsloterij, wordt Staatsloterij met een hoofdletter geschreven; indien het spel staatsloterij bedoeld wordt, wordt staatsloterij met een kleine letter geschreven. De leden van de GPV-fractie wijzen terecht op een foutief gebruik in artikel 6. De tekst van de wet zal in die zin worden aangepast.

De leden van de VVD-fractie hebben gevraagd of er al enig inzicht bestaat in het in de toekomst te houden aantal loterijen.

Zoals reeds naar aanleiding van de vraag van de leden van de PvdA-fractie in § 1. is opgemerkt, bestaat het voornemen om binnenkort te komen tot dertien loterijen. Wellicht zal dit aantal in de toekomst nog verder worden uitgebreid. Hiertoe bestaan echter nog geen vastomlijnde plannen. De leden van de SGP-fractie vroegen zich af of ook het minimum aantal loterijen van tien niet losgelaten zou moeten worden. De onderge-tekenden zijn van oordeel dat de verzelfstandigde Staatsloterij gehouden moet zijn om een zo goed mogelijk produkt aan de consument aan te bieden. Dit betekent onder andere dat de verzelfstandigde Staatsloterij er niet mee zou kunnen volstaan om bijvoorbeeld slechts eens per kwartaal een loterij te organiseren; dit zou volstrekt niet tegemoet komen

Tweede Kamer, vergaderjaar 1990-1991, 22 029, nr. 6

18