SITUATIERAPPORT OVER DE GELEIDE WAPEIMCOMPONENT BIJ DE FLYCATCHER VOOR DE VLIEGBASISVERDEDIGING

Inleiding Voor de actieve luchtverdediging van de militaire vliegbases in Nederland beschikt de Koninklijke Luchtmacht over zeven parate lucht-verdedigingseenheden. Elke eenheid beschikt over drie Flycatcher radar-vuurleidingssystemen waaraan per systeem drie 40L70 !uchtdoelka-nonnen zijn gekoppeld en één Hawk geleide wapeneenheid met een eigen radarvuurieidingssysteem en drie lanceerinrichtingen. De luchtverdedigingseenheden zijn in de tweede helft van de jaren zeventig geformeerd. Ter verbetering van de passieve verdediging van de vliegbases is in die tijd door de NAVO geld beschikbaar gesteld voor de bouw van versterkte vliegtuigonderkomens. Daaraan werd de verplichting verbonden met nationale middelen te voorzien in actieve luchtverde-diging voor de vliegbases. Die zou moeten bestaan uit elkaar aanvullende kanon-en geleide wapensystemen. Studies uit 1975, die in opdracht van de Koninklijke Luchtmacht door het Fysisch en Elektronisch Laboratorium van TNO (FEL/TNO) zijn uitgevoerd, bevestigden dat met een dergelijke samenstelling de verdediging van vliegbases tegen luchtaanvallen het meest doeltreffend was. In 1975 is besloten voor de actieve luchtverdediging van de vliegbases voorlopig alleen Flycatcher/kanonsystemen aan te schaffen en de uit de Bondsrepubliek Duitsland vrijkomende Hawk-systemen aan de vliegbasis-verdediging toe te voegen. Tegen de achtergrond van de toen bestaande dreiging werd dit verantwoord geacht, hoewel de Hawk en Flycatcher/kanonsystemen gescheiden van elkaar opereren en zij elkaar voor de verdediging van een vliegbasis niet volledig aanvullen. Het Hawk-systeem is namelijk vooral geschikt voor «gebiedsverdediging» en heeft bij de inzet voor «puntverdediging», waarvan bij de verdediging van een vliegbasis sprake is, het nadeel van een ontoereikende reactiesnelheid en een beperkte vuursnelheid (zie voor de begrippen gebieds-en puntverde-diging de memorie van toelichting behorende bij de begroting van het jaar 1988 bladzijde 30 en volgende). In verband met de in de jaren zeventig al voorziene ontwikkeling in de dreiging, werd er in de plannen rekening mee gehouden dat de Hawk in de vliegbasisverdediging in de jaren tachtig zou moeten worden vervangen door een geschikte geleide wapencomponent. De dreiging tegen vliegbases is toegenomen. De landen van het Warschaupact beschikken in vergelijking tot de jaren zeventig over méér vliegtuigen die bovendien een groter vliegbereik hebben. De vliegtuigen kunnen voor een groot deel nu ook op zeer geringe hoogte en onder slechte weersomstandigheden opereren. Hierbij kan bovendien op ruime schaal gebruik worden gemaakt van electronische storing en misleiding van de luchtverdediging. Ook hun vermogen wapens van grotere afstand af te vuren is toegenomen. Op grond hiervan kan een geschikte geleide wapencomponent niet langer worden gemist. In de Defensienota 1984 is het voornemen uiteengezet de Hawk-systemen die nu voor de vliegbasisverdediging worden gebruikt in de periode 1988-1991 te bestemmen voor de regionale gebiedsverdediging van de Nederlandse zee-en luchthavens en het NAVO-achtergebied. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de NAVO-plannen voor de geïntegreerde verdediging van het Westeuropese luchtruim. Daarom moet de geleide wapencomponent vanaf 1990 beschikbaar komen voor de vliegbasisverdediging.

Tweede Kamer, vergaderjaar 1987-1988, 20 200 hfdst. X, nr. 29

2