Aanhangsel tot het Verslag van de Handelingen der Eerste Kamer

291

VRAGEN door de leden der Kamer gesteld overeenkomstig artikel 83 van het Reglement van Orde, en de daarop door de Regering schriftelijk gegeven antwoorden

142. VRAGEN van de heer De Vries (C.H.U.) naar aanleiding van persberichten met betrekking tot de ontslagaanvrage van luitenant-generaal W. van Rijn. (Ingezonden 12 juli 1973.)

1. Is het volgende bericht in het dagblad „De Telegraaf" van 11 juli jl. (blz. 7, tweede kolom) juist? „Generaal Van Rijn deelde, als voorzitter van het Comité Verenigde Chefs van Staven, Minister Vredeling mee, niet langer verantwoordelijkheid te willen dragen voor de aan de gang zijnde ontwikkeling binnen de strijd-krachten. Tussen de bewindsman en de generaal werd toen de afspraak gemaakt, dat verder commentaar op deze beslissing van generaal Van Rijn achterwege zou blijven." Zo ja, hoe valt dit dan te rijmen met het streven der Regering naar openheid?

2. Is de Minister bereid, alsnog volledige opening van zaken te geven met betrekking tot het ontslag van de luitenant-gene-raal W. van Rijn?

ANTWOORD van de heer Vredeling, Minister van Defensie. (Ingezonden 22 augustus 1973.)

1. Het aangehaalde bericht is onjuist.

2. Luitenant-generaal Van Rijn heeft zijn ontslagaanvrage gemotiveerd met de mening dat -door bepaalde beslissingen van opeenvolgende kabinetten het aanzien van de strijdkrachten, zomede de discipline en dus de gevechtskracht zijn geschaad, terwijl in de komende tijd niet op een herroeping mag worden gerekend; -de inspanning ten behoeve van de strijdkrachten regelmatig vermindert en dat deze in de komende tijd niet voldoende zal zijn om aan de NAVO-verplichtingen te voldoen. De generaal meent dat hij door in functie te blijven de indruk zou wekken met de gang van zaken in te stemmen.

fitting 1972-1973 Aanhangsel

EERSTE KAMER