C$094 64ste vergadering -26 april '72

Brief van de Minister van Financiën inz. tijdelijke verhoging van belasting enz.

De Jong e. a. wanneer in deze Kamer door de heer Dolman stellingen wor-den verkondigd, zoals vanmiddag is gedaan; over Halbstark gesproken. Het is onwerkelijk en onjuist. Het is nonsens, op serieuze wijze uitgesproken. De tijd ontbreekt mij er verder op in te gaan. Onze over-heidsuitgaven slokken reeds 54 pet. op van ons nationale in-komen, terwijl driekwart van de groei wordt opgesoupeerd door vadertje staat. Rendementen van het particuliere bedrijfs-leven dalen nog steeds. Het verlagen van de wiebeltax is in die context gezien een verstandige maatregel, al ben ik van mening, dat deze maatregel zich moet uitstrekken tot de vast-stelling van een nihil percentage voor het komende half jaar.

De heer Pors (DS'70): Mijnheer de Voorzitter! Bij de alge-mene politieke en financiële beschouwingen heeft mijn fractie-voorzitter zich al afgevraagd of het wel zo verstandig was om de wiebeltax van 3 pet. naar 5 pet. te verhogen. Daarmede sprak hij zich niet uit tegen de wiebeltax als zodanig. Integen-deel: onze fractie heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat het kabinet diende te kunnen beschikken over een instrument waarmede het een dreigende overspanning van de conjunctuur zou kunnen afremmen. Wij plaatsten echter een vraagteken achter het percentage van 5, omdat een zó forse verhoging van de wiebeltax in een slot-fase van de hoogconjunctuur uiteraard ook nadelige aspecten voor onze economie zou hebben. Een wiebeltax van 5 pet. hebben wij dus steeds aan de hoge kant gevonden en zelfs nu vinden wij het gekozen percentage nog arbitrair. Wij hebben er dan ook op aangedrongen om de wiebeltax onmiddellijk weer te verlagen zodra de conjunctuur zulks weer zou vergen. Naar onze mening is dat tijdstip nu inderdaad aangebroken. Er is nu sprake van enige conjuncturele ontspanning, vooral op de ar-beidsmarkt. In dit kader is het logisch dat de Regering voorstelt de wiebeltax te verlagen. Wij hebben ons altijd gekant tegen de hier en daar wel ver-kondigde opvatting dat de Regering de wiebeltax zou moeten aanvatten om daardoor financiële middelen te verwerven voor het doen van extra uitgaven. Wij hebben de wiebeltax altijd be-schouwd als een remedie tegen een overspannen conjuncturele situatie en er nooit een middel in willen zien om gelden bij el-kaar te harken voor de financiering van extra overheidstaken. Wij achten het dan ook volstrekt juist dat bij de parlementaire behandeling van de wiebeltax in de wet een bepaling is opge-nomen, die een dergelijke handelwijze nadrukkelijk verbiedt. Dat wij bij de behandeling van de verhoging van de wie-beltax van 3 pet naar 5 pet, vraagtekens hebben geplaatst, im-pliceerde niet dat wij die keuze van de Regering onverstandig of onaanvaardbaar achtten. Onze bezwaren kwamen voort uit de toen reeds zichtbare aarzelingen in de conjunctuur. Daarom vonden wij dat een geringere verhoging van de wiebeltax — of zelfs in het geheel geen verhoging! -beter ware geweest. Wanneer ik nu, mijnheer de Voorzitter, opnieuw de opmer-king maak dat de wiebeltax niet dient te worden gebruikt voor het bijeengaren van gelden ter financiering van overheidstaken, dien ik, ter voorkoming van misverstanden, daaraan toe te voegen dat wij niet behoren tot diegenen die zich op het princi-piële standpunt plaatsen dat een deel van de wiebeltax niet zou mogen worden gebruikt om het begrotingstekort te finan-cieren. Aanwending van (een deel van) de wiebeltax voor deze financiering is uiteraard geheel iets anders dan het finan-cicren van nieuwe en extra overheidstaken! Juist het feit dat daardoor het beroep van het Rijk op de kapitaalmarkt zou ver-minderen, deed ons besluiten ons niet te verzetten tegen het re-geringsbesluit de wiebeltax van 3 pet. op 5 pet. te brengen. Maar daaraan hebben wij wel toegevoegd dat wij erop rekenden dat de Regering de wiebeltax onmiddellijk zou verlagen zodra dit in verband met de conjunctuur nodig en mogelijk zou zijn, waarbij wij vooral het oog hebben gericht op onze economisch zwakkere gebieden. Dat de Regering dit besluit thans inder-daad heeft genomen, ondervindt bij ons wel degelijk begrip.

Pors e. a. Mijn fractie plaatst echter alsnog vraagtekens bij het ni-veau van de verlaging en zou het óók begrepen hebben wan-neer de Regering tot een andere keuze zou zijn gekomen. An-derzijds voelen wij de aarzeling van de Regering wel aan om tot een nóg verdere verlaging te besluiten: de conjunctuur op de arbeidsmarkt is weliswaar wat om, maar die ommezwaai heeft zich toch niet volledig doorgezet. Met name in het westen van het land, waar grote bedrijven zijn gevestigd, heersen nog spanningen, vooral in de metaalsfeer. Spanningen zijn er ook nog in de loonontwikkelingen; in het Nieuwe Wa-terweggebied smeulen nog inflatiehaarden. Dat de Regering daarom niet tot een forsere verlaging besluit, ondervindt bij mijn fractie begrip. Maar, zo vragen wij ons af, zouden wij niet tot een lager percentage hebben kunnen besluiten, indien met name met betrekking tot de loon-en prijsontwikkeling door de Regering een wat krachtiger beleid zou zijn gevoerd? Mocht het conjuncturele klimaat zich in de loop van dit jaar verder wijzigen, dan hopen wij dat de Regering indien nodig binnen afzienbare tijd metterdaad zal kunnen besluiten tot nog verdere verlaging en, wie weet, wellicht zelfs afschaf-fing van de wiebeltax. In elk geval -en ook wij constateren dat met enige voldoening -is de conjuncturele situatie van nu een andere dan die van september 1971, toen de Macro-Economi-sche Verkenningen van het Centraal Planbureau de Regering deden besluiten de wiebeltax op 5 pet. te brengen. Op zichzelf, mijnheer de Voorzitter, is dit een verheugende ontwikkeling, al wordt die verheugenis aanzienlijk getemperd door de zorgelijke ontwikkeling in de conjunctuur van andere aard. De Regering wijst daar zelf al op en stelt nadrukkelijk dat zij bij haar beslissing tot verlaging van de wiebeltax de na-delige aspecten zorgvuldig tegen de voordelige aspecten heeft afgewogen. Tegenover de enigszins verbeterde ontwikkelingen met be-trekking tot de prognoses voor de betalingsbalans, de arbeids-markt en de kapitaalmarkt staan toch nog een aantal zeer zor-gelijke feiten levensgroot overeind. Wij delen de bezorgdheid van de Regering met betrekking tot de problematiek van de lonen en de prijzen. Maar ondanks die steeds blijkende be-zorgdheid van de Regering gaat de inflatie gewoon voort! De genomen maatregelen blijken onvoldoende om dat proces op krachtige wijze af te remmen, laat staan tot stilstand te brengen. De Regering wekt bij ons daarom verwachtingen wanneer zij in het Persbericht Financiën nr. 84 opmerkt dat de belangrijke structurele overbestedingselementen welke een ge-volg zijn van de loon-en prijsproblematiek als zodanig moeten worden aangepakt. Inderdaad, mijnheer de Voorzitter, dat vinden wij ook! Wat meer duidelijkheid en besluitvaardigheid en wat meer politieke moed van de Regering om dat dan ook inderdaad wat krachtiger te gaan doen zal bij ons niet op verzet stuiten.

De Regering heeft nu, naar haar eigen woorden, de voor-en nadelen tegenover elkaar afgewogen. Die afweging resulteert dan in verlaging van de wiebeltax. Wij zullen dit voornemen van de Regering steunen, enerzijds omdat een te lange handha-ving van de wiebeltax van 5 pet met name voor de conjunctuur van onze economisch zwakkere gebieden een zeer nadelige in-vloed zal kunnen hebben, anderzijds omdat wij met de Rege-ring inzien dat een te grote impuls op de algemene economie tot elke prijs moet worden vermeden en onzekerheden in de in-ternationale sfeer noodzaken tot een voorzichtig manoeu-vreren. Daarnaast is de ontwikkeling van de loon-en prijspro-blematiek wel de meest zorgelijke zaak. Wanneer de Ministers van Financiën en van Economische Zaken nu tot de slotsom komen dat de structurele overbestedingselementen, welke van die loon-en prijsproblematiek het gevolg zijn, moeten worden aangepakt, wekt dat bij ons verwachtingen. Wij zullen de Re-gering op een passend ogenblik daaraan weten te herinneren.

De heer Portheine (V.V.D.): Mijnheer de Voorzitter! De be-schikking tot verlaging van enige belastingen in het kader van de wiebeltax dd. 13 april 1972 is gepubliceerd in de Staatscou-

Zitting 1971-1972

TWEEDE KAMER