4

late VERGADERING. — 17 SEPTEMBER 1889.

Mededeeling van ingekomen stukken.

wij allen zijn gemis betreuren, en de groote leegte, die hij achterlaat, diep gevoelen. Zijne nagedachtenis zal steeds bij ons in ecre blijven. Den dierbaren overledene en zijn hooggescliatteu voorgan­ger op te volgen, is voor mij eene uiterst moeielijko taak. Ik zou daarom er niet aan gedacht hebben haar te aanvaarden, zoo ik niet overtuigd was, dat Uwe welwil­lendheid en medewerking, steeds aan mijne voorgangers betoond, aan mij in nog ruimere mate zullen ten deel vallen, omdat ik er meer behoefte aan heb. Onpartijdige leiding zal steeds mijn ernstig streven zijn; onpartijdige beoordeeling van al hetgeen ons ter beslissing wordt voorgelegd, ongetwijfeld door ieder onzer betracht worden. Zoo doende mogen wij vertrouwen, dat de Almachtige onzen arbeid zal zegenen en deze zal strekken tot heil van ons dierbaar Vaderland. Ik verklaar het voorzitterschap van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te aanvaarden.

De Voorzitter deelt mede dat zijn ingekomen:

1°. berichten van leden die verhinderd worden de ver­gadering bij te wonen : de heer Van Eysinga zouder op­gave van redenen; de heer Van Nispen wegens andere bezigheden en de heer Prins wegens verblijf buitenslands.

Deze berichten worden voor kennisgeving aangenomen ;

2°. een brief van den volgenden' inhoud: » Aan de Eerste Kamer der S'atcn-Generaal.

> Bij dozen vervul ik de treurige taak ter kennisse van Uwe Kamer te brengen het overlijden van mijnen echtge­noot mr. W. A. A. J. baron Schimmelpenninck van der Oye van der Poll, Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. > Douairière Baronesse SCHIMMKLPENNIXCK VAN DEU ÜYK VAN DE POLL. » Huize de Poll, 30 Augustus 1889."

Deze missive zal met een brief van rouwbeklag be­antwoord worden;

3°. negen missives van den directeur van het Kabinet des Konings , houdende mededeeling van de bekrachtiging door Z. Al. den Koning van even zoovele ontwerpen van wet, door de Eerste Kamer aangenomen in hare verga­dering van '

27 Augustus 11.

Deze missives worden voor kennisgeving aangenomen ;

4°. de volgende Regeeringsbescheiden: van het Departement van Justitie , de ontwerpen vaneen wetboek van militair strafrecht met bijbehoorenie wetten en memoriën van toelichting, gelijk die door mr. H. Van der Hoeven, hoogleeraar aan de Rijksuniversiteit te Leiden, in overleg met de daartoe aangewezen commissie van mili­tairen zijn vastgesteld;

van den Minister van Binnenlandsche Zaken, het verslag van de bevindingen en handelingen van het Vceartsenij-kuudig Staatstoezicht in het jaar 1888;

van den Minister van Financiën: het eerste gedeelte der Statistiek van den in-, uit-en doorvoer van het Koninkrijk over 1888; Statistiek van het Koninkrijk der Nederlanden. (Beschei­den betreffende de geldmiddelen) 14de stuk; van den Minister van Koloniën, het Koloniaal verslag van 1889;

van het Departement van Financien, rekeningen betref­fende a. het pensioenfonds voor burgerlijke ambtenaren, b. het fonds voortspruitende uit do koopprijzen van domeinen en c. hot fonds voor den aanleg van Staatsspoorwegeu.

Deze stukken zullen worden geplaatst in de boekerij der Kamer; de missives waarbij zij zijn ingezonden worden voor kennisgeving aangenomen.

5°. de volgende boekwerken:

Verslag aangaande een onderzoek in Duitschland on Oos­tenrijk naar archivalia belangrijk voor de geschiedenis van Nederland door dr. P. J. Blok , 1888; Bijdragen van liet Statistisch Instituut n*. 2, 1889;

Jaarcijfers over 1888 en vorige jaren, n°. 8;

Catalogus van de Pamfletten-verzameling berustende in de Koninklijke Bibliotheek, bewerkt door dr. W. P. C. Knuttel, 1ste deel, 1ste stuk, 1486—1620, en 1ste deel, 2de stuk, 1621—1648;

Tegen dr. A. Kuyper. Een woord van zelfverdediging en nadere toelichting door mr. W. H. De Beaufort;

van den schrijver J. Tidemau: De openbaarmaking van het verhandelde in de Kamers der Staten-Generaal. Ge­schiedkundige bijdrage. Van den schrijver, 't Willend Woord. Theocratisch orgaan door G. E. Breunissen Troost;

twee vlugschriften van de Vereeniging voor lijkverbran­ding;

Deze boekwerken zullen geplaatst worden in de boekerij der Kamer.

6°. Oproeping van het Nederlandsche volk door het be­stuur der Hollandsche Club te Antwerpen.

Dit geschrift zal ter griffie worden gedeponeerd ter inzage voor de leden.

De Voorzitter: Ik heb de eer te benoemen:

tot leden der Commissie voor de Verzoekschriften, de heeren Coenen , Pyls, Vlielander Hein, Welt en Van Lier:

tot leden der gemengde Commissie voor de stenographie, de heeren Blussé, Vening Meinesz en Pijnappel.

De Vergadering gaat over tot de trekking der afdeelingen.

De uitslag daarvaD is, dat zullen behooren:

tot de eerste af deeling, de heeren Smits van Oijen, HenriSmits, Coenen, Muller, VanAkerlaken, Wertheim, Pijnappel, Van Weideren Rengers, Van Eysinga en Magnée; tot de tweede af deeling, de heeren Smitz, Thooft, Vening Meinesz, Vlielander Hein, Blussé, Prins, Six, Van Nispen, Breuning en Stork;

tot de derde ajdeeling, de heeren Verheijen, VanZuylen van Nyevelt, Van Gennep, Viruly, Van der Goes vau Dirxland, Van Tienhoven, Kappeyne van de Coppello, Moolenburgh, Blijdenstein en Van Roijen;

tot de vierde af deeling, de heeren De Bruyn, Van Pallandt van Waardenburg en Neerijnen, Van Nagell van Ampsen , Fransen van de Putte, Huydecoper van Maarsseveen, Donker, Melvil van Lynden, Welt, Alberda van Ekenstein en Regout;

tot de vijfde cfdeeling, de heeren Hengst, Van der Breggen, lnsinger, Bultman, Van Swinderen, De Vos van Steenwijk, Van Lier en Pyls.