102

i

Bekrachtiging eener overeenkomst met de Maatschappij tot 'exploitatie van Staatsspoorwegen. Verhooging van hoofdstuk V der Staatsbegrooting voor 1866.

(Bijlagen.)

De bruto opbrengsten zullen op de volgende wyze verdeeld worden : gedurende de eerste twee jaren der exploitatie zal de Spoor-wegmaatschappy Almelo-Salzbergen preleveren eene jaarlijksche som van f 1500 per kilometer, gedurende het derde jaar eene som van f 1600 per kilometer, gedurende het vierde jaar eene som van f 1700, en al de volgende jaren eene jaarlijksche som van f 1800 per kilometer. De Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen zal daar-entegen het overschot van de jaarlijksche bruto opbrengst ont-vangen en wel tot dat die bruto opbrengsten f' 7000 por kilome-ter bedragen. Bedragen zij meer dan f 7000, dan wordt dat meerdere in verband met de bepalingen, vervat in artt. 4 en 5 , gelijkelijk ver-deeld tusschen de beide Maatschappijen, behoudens de hierbo-ven vermelde jaarlijksche uitkeering. Art. 8. De boeken der exploitatie van de lijn Almelo-Salzbergen zullen gesloten worden den 31 sten December van elk jaar; hetzelfde zal plaats hebben voor het eerste jaar waarin de dienst plaats heeft, op welk tijdstip de exploitatie ook is begonnen. De afrekening van elk dienstjaar en het betalen van het aan-deel dat aan de Maatschappij Almelo-Salzbergen toekomt, moet uiterlijk den lsten April van elk jaar geschieden. Art. 9.

De Maatschappij Almelo-Salzbergen zal het regt hebben om de staten der opbrengsten van de lijn Almelo-Salzbergen volko-men te kunnen controleren op elke wijze, die zij daartoe wil bezigen. De Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen verbindt zich om haar dat onderzoek en controle gemakkelijk te maken. De raad van administratie van de Spoorwegmaatschappij A1-melo-Salzbergen heeft het regt ten allen tijde het toezigt op den weg te kunnen uitoefenen. Aan de leden van dien raad zal altijd het vrij vervoer op den weg Almelo-Salzbergen worden verleend. Art. 10. De tegenwoordige overeenkomst wordt gemaakt voor den duur der concessie van de lijn Almelo-Salzbergen. Wanneer de Ne-derlandsche of Hannoversche Regering den weg naasten, is het contract van zelf verbroken. De afrekening tusschen de Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen en de Spoorwegmaatschappij Almelo-Salzbergen geschiedt alsdan volgens het Nederlandsch burgerlijk regt. Evenzoo wanneer de concessie van de Maatschappij tot exploi-tatie van Staatsspoorwegen door den Staat genaast wordt, of ophoudt, zal ook het tegenwoordige contract van regtswege ver-broken zijn, van den dag af waarop de concessie wordt genaast. Zoodra eene van de contracterende partijen kennis krijgt van het voornemen van den Staat, om den spoorweg of de exploita-tie te naasten, zal zij onmiddellijk daarvan berigt geven aan de andere partij. In beide gevallen moet de lijn in goeden staat aan de Spoorwegmaatschapij Almelo-Salzbergen worden overgegeven, die er de beschikking over zal hebben.

Art. 11. Na afloop van den termijn, waarover de concessie voor de exploitatie van den spoorweg Almelo-Salzbergen, voor zooveel die op Nederlandsch grondgebied ligt, is verleend, alsmede wan-neer de Nederlandsche Regering den weg naast, of de concessie, na aanvang der exploitatie, intrekt, wordt al hetgeen voor de dienst op den weg of op de stations geleverd is, alsmede eene geëvenredigde hoeveelheid van het aan de Maatschappij tot ex-ploitatie van Staatsspoorwegen toebehoorende materieel, als locomotiven, rijtuigen, wagens enz. , eigendom van den Staat, alles op den voet als bij de Nederlandsche concessie van den 20sten Augustus 1861 en de wet van 21 Augustus 1859 is be-paald. Do hoeveelheid rollend materieel wordt berekend naar reden der lengte van het op Nederlandsch grondgebied in exploitatie zijnde gedeelte van den weg van Almelo naar Salzbergen en de geheele lengte der spoorwegen, die alsdan door de Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen wordt geëxploiteerd. Al deze voorwerpen en het rollend materieel moeten , ter be-oordeeling van de ambtenaren door den Minister van Binnen-landsche Zaken aan te wijzen, in volkomen goeden en bruikba-ren staat van onderhoud zijn. De waarde van die voorwerpen en van dat materieel wordt uit den prys, dien de Maatschappy

Almelo-Salzbergen voor de overname van den weg van den Staat ontvangt, volgons taxatie van drie deskundigen, aan de Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen vergoed. Art. 12.

De tegenwoordige overeenkomst zal onderworpen worden aan de goedkeuring der raden van bestuur en toezigt der beide Maatschappijen en aan de aandeelhouders bij die Maatschappij, waar het noodig mogt blijken. Art. 13. Beide Maatschappijen behouden ' zich voor — zoo noodig — de goedkeuring van hunne wederzijdsche Regering op de overeen-komst.

Art. 14. Voor alles wat de toepassing van deze overeenkomst betreft, kiest de Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen do-micilie te 's Gravenhage, en de Maatschappij Almelo-Salzbergen domicilie te Almelo.

Art. 15. Geschillen, die wegens deze overeenkomst mogten voorvallen tusschen de beide Maatschappijen, zullen beslist worden door drie arbiters, waarvan één door de Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen, één door de Maatschappij Almelo-Salz-bergen, en één door de beide gekozen arbiters zal benoemd worden. De uitspraak van deze arbiters beslist in het hoogste ressort. 's Gravenhage, den 4den Julij 1864. De Directie der Maatschappij tot exploitatie der Staatsspoorwegen, {get.) VROLIK, Voorzitter. »

H. P. G. QUACK, Secretaris. Almelo, den Uden Junij 1864. De Raad van Administratie der Spoorwegmaatschappij Almelo-Salzbergen, {get) LUKKEN. ii

H. P. GELDERMAW »

C. H. STORCK. [4. 6.]

BIJLAGE.

De buitengewone algemeene vergadering van aandeelhouders in de Maatschappy tot exploitatie van Staatsspoorwegen, ge-houden te Amsterdam den 6den September 1866, ten twee ure in het Odéon, Keurt goed de voorloopige overeenkomst, den 29sten Augus-tus 1866 gesloten tusschen Hunne Excellentien en heeren Minis-ters van Binnenlandsche Zaken en Finantien, daartoe door Zijne Majesteit den Koning gomagtigd, en de directie der Maatschap-pij , handelende ingevolge besluit van den Raad van Bestuur en Toezigt van den 18den Augustus 1866, waarbij eene som van twee millioen vijf honderd duizend gulden (f 2 500 000) uiterlijk voor den tijd van drie jaren, op de in die overeenkomst vermelde of nog te vermelden voorwaarden aan de Maatschappy tot ex-ploitatie van Staatsspoorwegen wordt ter leen verstrekt.

Namens de Algemeene Vergadering, {get.) A. T. INSINGER , aandeelhouder. »

E. P. DE MONCHY,

» De Raad van Bestuur en Toezigt, {get.) F. VAN HEUKELOM, Voorzitter. »

H. P. G. QUACK, Secretaris. Voor eensluidend afschrift,

De Secretaris-Generaal bij het Ministerie van Binnen-landsche Zaken,

J. SCHRÖDER.