Eerste Kamer der Staten-Generaal

1

Vergaderjaar 1994-1995 Nr. 42

22060

Wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening en enige andere wetten

NADER GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 12 oktober 1994

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regels voor de ouderbijdragen bij justitiële jeugdbescherming en vrijwillige jeugdhulpverlening te harmoniseren, de regels voor de invordering van de ouderbijdragen te vereenvoudigen en enkele voor de ouderbijdragen geldende regels wettelijk vastte leggen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op de jeugdhulpverlening (Stb. 1989, 360) wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5, eerste lid, komt te luiden: 1. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 27, 35, 37, 41a, 41 b, 41c en 56 geschiedt door Onze Ministers.

B Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd: Toegevoegd wordt de zin: Deze mededeling aan Onze ministers bevat gegevens, welke benodigd zijn voor de uitvoering van hoofdstuk VII en geschiedt onmiddellijk en door middel van een door hen vastgesteld formulier.

4U426F ISSN 0921 • 7363 Sdu Uitgevenj Plantijnstraat 's-Gravenhage 1994

Eerste Kamer, vergaderjaar 1994-1995, 22 060, nr. 42