-de betekenis van het begrip «criminal charge» in het licht van een s.f.o. en van een ontnemingsprocedure ex art. 511b e.v. Sv; -het «equality of arms» vereiste en het s.f.o.; -de redelijke termijn bij het instellen van ontnemingsprocedures; en -de presumptio innocentiae in ontnemingsprocedures.

/ 7. /. Uitbreiding van de toepasbaarheid van de ontnemingsmaatregel

De ontnemingsmaatregel is een vermogenssanctie. Wordt deze sanctie beheerst door het bepaalde in artikel 1 van het eerste Protocol bij het EVRM? Dat artikel luidt: «1. Alle natuurlijke of rechtspersonen hebben recht op het ongestoord genot van hun eigendom. Niemand zal van zijn eigendom worden beroofd behalve in het algemeen belang en met inachtneming van de voorwaarden neergelegd in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht. 2. De voorgaande bepalingen zullen echter op geen enkele wijze het recht aantasten, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, weike hij noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen en boeten te verzekeren.» Men kan zich afvragen of de maatregel van ontneming van wederrech-telijk verkregen voordeel wel is te beschouwen als een boete in de zin van het tweede lid van de Protocolbepaling. Die vraag moet naar het oordeel van de ondergetekende bevestigend worden beantwoord. Hij baseert dit oordeel op de uitspraak van de Europese Commissie voor de rechten van de mens in de Griekenland-zaak. In die uitspraak stelde de Commissie: «Any taking of property by law by way of a penalty is a form of confiscation, and art. 1 of Protocol I does not prescribe any limitation, either of form or of size, upon «penalties». Laws imposing penalties, and their enforcement, are left to what each Contracting State deems necessary» (Yearbook 12, Greek case, p. 185, § 427). In hun commentaar op het EVRM stellen de auteurs Frowein en Peukert het aldus: «Die Kommission ging im Bericht zum Griechenlandfall davon aus, dass Art. 1 weder hinsichtlich der Art noch hinsichtlich des Ausmasses von «Strafen» (penalties) Begrenzungen vorsehe, und also jede gesetzlich als Strafe vorgesehene Eigentumsentziehung (taking of property) zulaessig sei.» (Europaeische Menschenrechtskonvention, EKRK-Kommentar, 1985, blz. 281-282). Niet voor niets is het woord penalties in de uitspraak van de Commissie tussen aanhalingstekens geplaatst. De benaming van de sanctie naar het nationale recht (straf of maatregel) doet niet ter zake, zo min als kwalifikatie als strafrechtelijke, administratieve of fiscale sanctie. De ondergetekende leidt hieruit af, dat Verdrag en Protocol zich niet tegen een wettelijke vormgeving van de ontnemingssanctie, als door hem voorgesteld, verzetten.

71.2. De maximale duur van de bijzondere vervangende hechtenis

De vervangende hechtenis is een bij wet voorziene tot vrijheidsbe-neming strekkende sanctie, welke door de rechter wordt opgelegd. Vervangende hechtenis is niet een vorm van vrijheidsberoving die er toe strekt iemand tot nakoming van een contractuele verplichting te dwingen en daarom in het licht van artikel 1 van het Vierde Protocol bij het EVRM ontoelaatbaar zou zijn. Ook al beschouwt men de oplegging van bepaalde vermogenssanties als beslissingen als gevolg waarvan de veroordeelde in verhouding tot de staat komt te staan als een schul-denaar tot zijn schuldeiser, dan nog is die verhouding niet uit een contract voortgevloeid.

Tweede Kamer, vergaderjaar 1989-1990, 21 504, nr. 3

59