Tweede Kamer der Staten-Generaal

2

Vergaderjaar 1985-1986

Aanhangsel van de Handelingen

Vragen gesteld door leden van de Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

766

Vragen van het lid Van Es over de gebeurtenissen te Kedichem. (Ingezonden 14 april 1986)

1 Wilt u in het gevraagde verslag over het politie-en justitiebeleid inzake de gebeurtenissen te Kedichem op 29 maart het optreden ten aanzien van ieder van de 72 arrestanten door de politie en het openbaar ministerie toetsen aan de inhoud van de artikelen 27 lid 1, 29, 57, 58 en 61 Sv?

Ik stel voorop dat het openbaar ministerie te Dordrecht in alle zaken nog geen definitieve vervolgingsbe-slissing heeft genomen. Degenen tegen wie geen (verdere) vervolging zal worden ingesteld kunnen als zij dat wensen een oordeel over de rechtmatigheid van hun vrijheidsbe-neming in het kader van de art. 89 Sv.-procedure aan de rechter voorleggen. Degenen, tegen wie wel vervolging wordt ingesteld, kunnen hun verweren eveneens op het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter voorleg-gen.

Wat is uw oordeel over het weigeren van de toegang aan advocaten tot hun cliƫnten in het complex Nieuwer-sluis op zondag 30 maart?

Toelichting

Deze vragen worden gesteld ter aanvulling op een eerdere vraag van het lid Lankhorst.

Voor het antwoord op deze vraag heb ik nadere inlichtingen en advies verzocht aan de procureur-generaal bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Zodra ik deze heb ontvangen zal ik u nader berichten.

Antwoord

Antwoord van minister Korthals AI-tes (Justitie). (Ontvangen 2 juni 1986)

1 Voor het door vragenstelster bedoelde verslag verwijs ik naar mijn antwoord op de vraag van de heer Lankhorst, toegezonden bij brief van 28 mei 1986. (Aanhangsel Handelingen, nr. 765) Ik meen dat aan de wens van vragenstelster tot toetsing van de rechtmatigheid van het optreden ten opzichte van ieder der 72 verdachten afzonderlijk niet kan worden voldaan.

Tweede Kamer, vergaderjaar 1985-1986, Aanhangsel

1523