Verzuiling en ontzuiling

Mijnheer de Voorzitter! De heer Schmelzer kan nu wel zeggen: Dat heb ik niet zo bedoeld en dat moet u niet zo opvatten, maar een kind in de politiek weet, dat zo’n motie voor een kabinet, dat zichzelf respecteert, volstrekt onaanvaardbaar is. Dit kabinet zou geen knip voor zijn neus waard zijn, als het deze twijfel op zich liet zitten en deze motie niet in haar ware betekenis zou onderkennen.

Aldus sprak de heer Nederhorst (fractievoorzitter PvdA) in zijn reactie op de motie van de heer Schmelzer (fractievoorzitter KVP). (Handelingen Tweede Kamer 1966-1967, blz. 263)

Van stromingen naar politieke partijen

Tegen het einde van de negentiende eeuw ontstonden de eerste politieke partijen. Daarvoor was het juister te spreken van ‘stromingen’ in de Kamer. Stromingen die op basis van religie werden onderverdeeld in: confessionelen en niet-confessionelen. Waarbij de confessionelen, in tegenstelling tot de niet-confessionelen, hun standpunten bepaalden op basis van religie. Ook de zetels in de Kamer werden op basis van levensbeschouwing aan de Kamerleden toegewezen: aan de linkerkant van de Kamer (‘links’) de liberalen en socialisten en aan de rechterkant (‘rechts’) de confessionelen. Nog steeds worden zetels in de Kamer verdeeld op politieke kleur. Alleen zitten de liberalen sinds 1945 aan de rechterzijde van de voorzitter en worden zij ook niet meer bestempeld als ‘links’.

De Tweede Kamer

De wet van de remmende voorsprong

Onder invloed van de industriële revolutie bestond de behoefte aan een meer georganiseerde vorm van partijbestuur om op die manier de belangen van de verschillende groepen in de samenleving beter te kunnen behartigen. In 1879 richt Abraham Kuyper de eerste politieke partij de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) op. Domela Nieuwenhuis richt in 1881 de revolutionair-socialistische partij: de SDB (Sociaal-Democratische Bond) op. In 1885 wordt de Liberale Unie opgericht. Het is een relatief late partijvorming gezien de aanwezigheid van de liberalen vóór de partijvorming.

De verzuiling

De volksvertegenwoordigers beginnen zich meer te onderscheiden naar principes en belangen. Door organisatie in politieke partijen konden zij hun belangen sterker verdedigen en een grotere machtsfactor vormen. Hiermee begon de verzuiling van Nederland in katholieke, protestantse, socialistische en liberale partijen en organisaties.

Als protestant naar een protestantse bakker

Burgers geven sindsdien invulling aan hun leven volgens de zuilen. Dit houdt in dat een protestant lid was van een protestantse arbeidersvereniging, de protestantse omroepvereniging en zijn brood haalde bij een protestantse bakker, zelfs al was dat een half uur langer rijden op de fiets.

Ontzuiling

Vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw beginnen de scheidslijnen langs levensbeschouwlijke karakteristieken te vervagen. Het collectief maakt plaats voor het individu. De vervaging van religieuze scheidslijnen en de betekenis hiervan wordt pas echt goed zichtbaar tijdens de 'Nacht van Schmelzer'. Het is tijdens die nacht voor het eerst dat “(..) een katholieke fractieleider een katholieke minister-president ten val had gebracht.” (Rooy, 2002:237).

De Nacht van Schmelzer

In de nacht van 13 op 14 oktober 1966 spreekt het parlement zijn bezorgdheid uit ten aanzien van de begroting voor 1967 opgesteld door het kabinet Cals (KVP, ARP en PvdA). Verschillende moties volgen en het is uiteindelijk de motie van de fractieleider van de grootste regeringspartij KVP: Schmelzer, die het kabinet ten val brengt. Deze gebeurtenis gaat de geschiedenis in als ‘De Nacht van Schmelzer’.

De heer Norbert Schmelzer (bron: ANP)

Geldontwaarding en werkloosheid

De fractievoorzitter van de KVP Norbert Schmelzer heeft bezwaren tegen de financiële dekking voor het jaar 1967. Volgens Schmelzer ontbreekt het aan een solide loonbeleid. De wijze waarop het kabinet Cals (1965-1966) van plan is de inkomsten te besteden, zal geen waarborg bieden tegen geldontwaarding en werkloosheid. Schmelzer eist een correctie op het financiële beleid en dient om half 4 ’s nachts zijn motie in. Hij vermeldt hierbij nadrukkelijk dat het een motie van afkeuring betreft en geen motie van wantrouwen. Schmelzer noemt zijn bezwaren zakelijk van aard en geen aanval op de politieke constellatie of het regeringsbeleid in zijn geheel. In zijn motie eist hij de beantwoording van drie vragen met betrekking tot het uitgavenniveau, het prioriteitenschema en de loonpolitiek. Zijn grootste bezwaar is dat met deze begroting niet alleen de huidige economische situatie onder sterke druk komt te staan, maar ook de toekomstige ontwikkeling. Schmelzer vindt het niet verantwoord met de begroting die er nu ligt, het kabinet tot mei volgend jaar te laten regeren.

Motie aanvaard

Een meerderheid van de kamer blijkt het met Schmelzer eens te zijn. De motie wordt aanvaard met 75 tegen 62 stemmen. De grootste steun komt van KVP, VVD en CHU. Overige partijen die de motie steunen zijn GPV, Boerenpartij en SGP.

Reactie minister-president Cals

De reactie van het kabinet op de aanvaarding van de motie is bij monde van minister-president Cals als volgt: ‘De heer Schmelzer ziet deze motie als een zakelijk bezwaar tegen het financieel-economisch beleid. Als wij die motie zo zouden opvatten, dan zou ik hier moeten verklaren, dat wij die bezwaren niet kunnen delen — ik begeef mij nu ook niet in cijferopstellingen — op de gronden, door de Minister van Financiën en door mij een en andermaal uiteengezet, en dat wij die motie bij aanvaarding derhalve naast ons neer zouden leggen en haar niet zouden uitvoeren. Dat zou o.m. geschieden op de grond, door de geachte afgevaardigde de heer Nederhorst naar voren gebracht, dat het niet nodig is voor 1967 méér belasting aan ons volk op te leggen. Waarom zouden wij het dan doen? Mijnheer de Voorzitter! Wij menen echter, dat de toelichting die de geachte afgevaardigde de heer Schmelzer geeft, in strijd is met de inhoud van de motie. (..)’. Het kabinet van KVP, PvdA en ARP trekt zijn conclusie en stapt op. Het heeft op dat moment precies anderhalf jaar geregeerd. De vergadering wordt om 4.40 uur gesloten.

Ongeruste televisiekijkers

‘De Nacht van Schmelzer’ blijkt voor het prille medium televisie een boeiend schouwspel. Parlementair journalisten en het Nederlandse volk volgen het debat tot diep in de nacht getuige het volgende citaat, waarin de voorzitter van de Tweede Kamer het volgende mededeelt : ‘Ik heb twintig tot dertig telefoontjes en telegrammen gekregen in verband met het feit dat ik heb gezegd: ‘Ik schors de vergadering tot kwart voor één’ en dat het een schorsing tot één uur is geworden. De televisiekijkers waren daarover zeer ontstemd en zeer ongerust. Ik vraag dus nu reeds via de microfoon aan de televisiekijkers, begrip te hebben voor onze moeilijkheden.’ (Handelingen Tweede Kamer 1966-1967, blz. 261).

Politieke gevolgen

‘De Nacht van Schmelzer’ maakt de politieke verhoudingen van dat moment goed zichtbaar. De onrust in de christen-democratische partijen brengt de afscheiding van aantal prominente KVP'ers en ARP'ers teweeg en de vorming van de PPR. Binnen de PvdA is de wens meer naar links te buigen sterk. De vernieuwingsbeweging ‘Nieuw Links’ toont dit aan. Een steeds duidelijker wordende splitsing in linker- en rechtervleugels, polarisatie, tekent zich af. Er wordt veel gesproken over een verandering van het hele partijensysteem en een nieuwe partij als D66 onder leiding van Hans van Mierlo, die pleit voor staatkundige vernieuwing, dient zich aan.

Handelingen

Literatuur

  • Andeweg, R.B. en G.A. Irwin: Governance and Politics in the Netherlands. Derde druk. London/New York, 2009.
  • Rooy, P. de: Republiek van Rivaliteiten. Nederland sinds 1813. Tweede herziene druk. Amsterdam, 2005.
  • J.Th.J. van den Berg, D.J. Elzinga, J.J. Vis: Parlement en politiek. Den Haag, 1992.
  • Dorsman, L.: G.W. Kernkamp. Historicus en democraat 1864-1943. Groningen, 1990.
  • Schmelzer, N.: Herinneringen van een politiek dier. Amsterdam, 2004.
  • Ammerlaan, R.: Uit het dagboek van een bedreven politicus. Leiden, 1973.