Modernisering

De tijd nadert, ja is reeds daar, dat het electrisch licht zoodanig verdeeld en gesplitst zal kunnen worden, dat het in de huiskamers kan worden gebruikt. Welnu, de vindingsgeest en het genie der menschen zal weder een nieuw middel om dat te meten ontdekken en in de huizen brengen, en zult gij dan weder, omdat het in uwe bekrompen opvatting niet aan de eischen van een meet-of weegwerktuig voldoet, er u tegen verzetten?

Aldus sprak de heer Oldenhuis Gratama (Handelingen Tweede Kamer 1882-1883 30 november 1882)

Posterijen

De posterijen worden in 1799 een nationaal bedrijf. Met de eerste Nederlandse Postwet van 1807 worden de Posterijen een zelfstandige overheidsdienst; de overheid heeft vanaf dat moment een monopolie op het briefvervoer. Verbeteringen, zoals pakketpost en de postwisseldienst, worden doorgevoerd in de loop van de negentiende eeuw.

Postbezorging door PTT-Postbode

Stoomschepen

In de negentiende eeuw volgen moderne uitvindingen elkaar snel op. In 1816 kan men voor het eerst een stoomschip bewonderen in de Nederlandse havens. In Nederland bestaat sinds de zeventiende eeuw een goed vervoersnetwerk over het water. Het is een logische keuze om de moderne technieken in te zetten om vervoer van goederen en mensen via het water te versnellen. Slechts enkele jaren later worden passagiers en goederen tussen riviersteden niet meer alleen vervoerd met trekschuiten maar ook met stoomraderboten. Al snel wordt een regelmatige dienstregeling ingevoerd tussen de havensteden Rotterdam, Vlissingen en Antwerpen. In 1823 wordt de eerste in Nederland gebouwde stoomboot te water gelaten.

Gasverlichting

In 1809 wordt in Nederland gasverlichting geïntroduceerd. Met behulp van oliegasfabrieken, waarvan de eerste wordt gebouwd in 1824, wordt gas geproduceerd. Zo konden Amsterdammers in 1825 bij gaslicht lezen. Weldra volgt de straatverlichting op gas.

Eerste spoorlijn

Pas na een lange discussie onder leiding van Koning Willem I, die verbeteringen in de infrastructuur erg belangrijk vond, wordt het besluit genomen om de eerste spoorlijn aan te leggen. Dit is tegen de voorkeur van de meeste Tweede Kamerleden. Zij vinden de financiering twijfelachtig. In 1837 start de Hollandsche Ijzeren Spoorwegmaatschappij met de bouw van een spoorlijn tussen Amsterdam en Haarlem. Twee jaar later is de lijn gereed voor gebruik.

Kamerstuknummer 129.4. Bekrachtiging eener overeenkomst met de stoomvaartmaatschappij. Overzicht der verbindingen van en naar Londen.

Drinkwatervoorziening

De eerste onderneming die leidingwater levert is de Amsterdamsche Duinwaterleidingmaatschappij, opgericht in 1853. Zodra het verband tussen het drinken van oppervlaktewater en cholera wordt vastgesteld in 1866, neemt het aantal steden met een drinkwatervoorziening via leidingen snel toe. De coördinatie hiervan ligt bij de gemeenten.

Olie voor verlichting en verwarming

Vanaf 1860 wordt olie in toenemende mate gebuikt voor onder meer verlichting en verwarming. In Nederlands-Indië wordt zowel op Java als Sumatra succesvol naar olie geboord. Al snel wordt in Dordrecht de eerste raffinaderij gebouwd.

Elektriciteitscentrale Kinderdijk

Kinderdijk 1886: de eerste elektriciteitscentrale wordt in gebruik genomen. In de jaren daarna worden in een snel tempo centrales bijgebouwd; in 1910 waren het er vijftig. Onderzoek en ontwikkelingen richten zich niet alleen op bedrijven maar ook op huishoudelijke toepassingen van stroom.

Telegrafie

De eerste succesvolle proef met de elektromagnetische telegraaf in Nederland wordt in 1845 uitgevoerd. Aanvankelijk is deze lijn in handen van een bedrijf en uitsluitend voor zakelijk gebruik. Al snel laait er een debat op over het in staatsbeheer nemen van de telegraaf. Besloten wordt dat Nederland te klein is voor particuliere exploitatie van dit communicatiemiddel. Met behulp van de Telegraafwet komt de Rijkstelegraafdienst tot stand.

Op de electriciteits-tentoonstelling, in 1882 in het Crystal Palace te Londen gehouden, bevond zich een niet onaardig werkend model van een vuurschip , drijvende in eene groote waterkom en electrisch verbonden op eene wijze, welke oogenschijnlijk geen onklaar raken van den kabel door het zwaaien toeliet; tot dusverre is evenwel geen enkel gegeven voorhanden waaruit de deugdelijkheid eener practische toepassing blijkt. Voor het ogenblik kan alzoo voor de communicatie met de vuurschepen nog niet worden gerekend op de telegraaf, doch zal deze moeten geschieden, voor zooverre zichtbaar, door middel van seinen (vlaggen, vuurpijlen enz.) aan den meest nabij gelegen vuurtoren en verder door middel van postduiven.

(Kamerstuk Tweede Kamer 1884-1885 kamerstuknummer 20 VI ondernummer 4. Staatsbegrooting voor het dienstjaar 1885)

Telefoonnetwerk

In 1881 start de Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij(NTBM) haar werkzaamheden met 160 abonnees. Tot het einde van de negentiende eeuw zijn de telefoonbedrijven in handen van particulieren die daarvoor toestemming van de overheid krijgen. De telefoon wordt in die tijd voornamelijk gebruikt voor lokale communicatie. Langzamerhand breidt het netwerk zich uit via interlokaal naar internationaal. Als de vergunning tot exploitatie van de NTBM afloopt, nemen gemeenten het van de particuliere bedrijven over.

De verschillen tusschen de inrichting van telegrafie en telephonie zijn veelvuldig en belangrijk. In de bebouwde kommen der gemeenten b.v. wordt de telegraaflijn veelal onder den grond gelegd , de telephoonlijn daarentegen in den regel daarboven. Reeds daardoor veroorzaakt de telephoon meer last dan de telegraaf. Men zou dus wenschen, dat bepalingen werden gemaakt omtrent minima van hoogten, beneden welke de draden in de bebouwde kommen niet mochten gespannen worden. Deze minima zouden natuurlijk niet overal gelijk kunnen zijn. Daarenboven zijn de telephoongeleidingen in de regel veel talrijker dan die van de telegraaf en bevinden zij zich veel nader bij de plaatsen, waar de bewoners gewoonlijk verblijven, zoodat de last, die het gedruisch en het brandgevaar veroorzaken, bij de telephoon veel grooter is dan bij de telegraaf.

(Kamerstuk Tweede Kamer 1884-1885 kamerstuknummer 18 ondernummer 3. Wijziging en aanvulling der wet tot regeling der gemeenschap door electro-magnetische telegrafen)

Overheidsbemoeienis

In de tweede helft van de negentiende eeuw is de bemoeienis van de overheid met het economische leven aanzienlijk. Dit is strijdig met de idealen van de liberalen, die een aanzienlijke machtspositie hebben in deze tijd. Toch neemt de overheidsbemoeienis alleen maar toe. Dit komt door de hoge kosten van de investeringen die gedaan moeten worden en de aard van het product. Meerdere exploitanten van één spoorlijn is ondenkbaar. Spoorwegmaatschappijen, posterijen, gas-, telefoon-, drinkwater- en elektriciteitsbedrijven worden bestempeld als bedrijven die producten produceren die van algemeen belang zijn. Deze bedrijven komen in handen van de overheid.

Maar wel betreurden sommigen het dat, terwijl de Staat den uit een geldelijk oogpunt nadee-ligen telegraafdienst uitsluitend voor zich behoudt, hij het winstgevend verkeer door middel van de telephoon geheel in handen van particulieren laat en daaruit geen enkel financieel voordeel trekt. Bovendien schept de Staat zichzelf daarbij eene concurrentie, door het verleenen van concessiën tot den aanleg van telephoonlijnen tusschen verschillende gemeenten, zelfs nu en dan langs de Rijkstelegraaf palen.

(Kamerstuk Tweede Kamer 1884-1885 kamerstuknummer 18 ondernummer 3. Wijziging en aanvulling der wet tot regeling der gemeenschap door electro-magnetische telegrafen)

Handelingen

Literatuur

  • Horst, H. van der: Een bijzonder land. Het grote verhaal van de vaderlandse geschiedenis. Tweede herziene druk. Amsterdam, 2009.
  • Camijn, A.J.W.: Een eeuw vol bedrijvigheid. De industrialisatie van Nederland, 1814-1914. Utrecht, 1987.