Verdrag van Maastricht

Het Verdrag van Maastricht is geen mooi verdrag. De regering vergelijkt het met een boek, maar het leest niet als de nieuwste roman van Harry Mulisch. De Stichting burgermanskunde noemt het verdag een ui, maar het smaakt niet naar een gerecht van Paul Bocuse. Laten we het maar houden op H.W. Sandberg in Het Parool: ‘Het verdrag is te ingewikkeld, te technisch, te onduidelijk en bovendien onmenselijk van omvang.

Zo verwoordde het VVD-kamerlid Weisglas op 3 november 1992 de gemengde gevoelens van zijn fractie tijdens de behandeling van het Verdrag van Maastricht. (Weisglas - Handelingen Tweede Kamer 1992-1993, blz. 1158)

Minister-president Ruud Lubbers, minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek en voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors bij de ondertekening van het Verdrag van Maastricht (december 1991)

Minister-president Ruud Lubbers (r) gebaart richting minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek (l) terwijl de aanwezige journalisten zingen ter ere van diens verjaardag op 10 december 1991. Midden: Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie. (Foto ANP)

Europese eenwording

Het Verdrag van Maastricht betekende een grote stap in de Europese eenwording. Na jarenlang onderhandelen maakte het verdrag het mogelijk de bevoegdheden van het Europese Parlement te versterken, de onderlinge samenwerking van de lidstaten te stroomlijnen en mede daardoor de Europese integratie naar een hoger plan te tillen.

Uitbreiding EG-verdragen

Het Verdrag voorzag in de uitbreiding van de bestaande EG-verdragen met nieuwe vergaande bepalingen over samenwerking op het terrein van economie, monetair beleid, sociaal beleid, buitenland en veiligheid. Daarbij ontstond een nieuwe politieke en economische structuur gebaseerd op drie “pijlers”, te weten de Europese Gemeenschappen, het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB) en de politiële en justitiële samenwerking in Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ). Ook werd afgesproken dat de Europese lidstaten – met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden – een Economische en Monetaire Unie (EMU) zouden vormen met een eigen Europese munt, de euro. De deelnemende landen dienden zich hiertoe te onderwerpen aan een Europese begrotingsdiscipline met bindende richtlijnen voor de hoogte van het begrotingstekort (3% norm) en de omvang van de nationale schuld. Ten slotte werden bepalingen opgenomen over het Europese burgerschap.

Staten-Generaal stemt in

Het Verdrag van Maastricht werd op 7 februari 1992 door de 12 toenmalige lidstaten van de Europese Gemeenschap getekend. In Nederland stemde de Tweede Kamer op 12 november 1992 in met het “voorstel van Rijkswet ter goedkeuring van het Verdrag betreffende de Europese Unie”. De Eerste Kamer volgde op 15 december. Het verdrag werd in beide Kamers gesteund door de fracties van het CDA, de VVD, D66 en de PvdA.

Europese Unie een feit

Nadat ook de overige deelnemende lidstaten hun goedkeuring aan het verdrag hadden verleend, was de Europese Unie een feit op 1 november 1993.

Verdrag van Amsterdam

In 1997 werd de Europese Unie verder gestroomlijnd dankzij het Verdrag van Amsterdam. Deze lijn werd in 2000 voortgezet met het Verdrag van Nice dat de besluitvorming en spelregels binnen de EU opnieuw vereenvoudigde, onder meer om de toetreding van nieuwe lidstaten mogelijk te maken.

Handelingen

Literatuur

  • Publicatieblad 1992 C 191

Links