Van kinderarbeid naar Leerplichtwet en verder

Het is verboden een kind beneden twaalf jaren arbeid te doen verrichten.

(Kamerstuk Tweede Kamer 1888-1889, kamerstuknummer 53, ondernummer 2)

Kinderen namen een groot deel in van de arbeiders in de fabrieken van Nederland in de 19e eeuw. Als werknemers waren ze erg praktisch, aangezien ze overal bij konden, en ze hoefden niet veel betaald te krijgen. Rond 1870 ontstond een liberale beweging die streed tegen het inzetten van kinderen op de werkvloer. Het werk dat zij deden was namelijk lichamelijk vaak te zwaar voor ze en door het gebruiken van kinderen in de fabrieken ontstond er een tekort aan opgeleide krachten. Deze strijd leidde in 1783 tot het Kinderwetje van Van Houten. Hierin werd de arbeid van kinderen aanbanden gelegd. Zo was het verboden om een kind onder de twaalf jaar aan het werk te hebben, op straffe van een boete van 3 tot 25 gulden. Kinderen mochten nog wel thuis en op het land werken, aangezien ze daar vaak erg hard nodig waren en het de liberalen niet lukte om ook hier beperkingen voor op te leggen. Na veel discussie over de wet bleef van het originele voorstel uiteindelijk maar een klein gedeelte over. Ook was het erg lastig om te controleren of de werkgevers zich hielden aan de gemaakte regels.

Meisjes aan het werk in een rietmattenfabriek. (Bron: ANP)

Meisjes aan het werk in een rietmattenfabriek. (Bron: ANP)

Parlementaire Enquête

Om te controleren in hoeverre de wet werd nageleefd werd er in 1886 begonnen met een Parlementaire Enquête naar de toestand in fabrieken en werkplaatsen. Helaas kon de enquête niet worden afgemaakt, aangezien het Kabinet werd ontbonden, maar door de afgenomen interviews werd wel duidelijk dat de situatie in de Nederlandse fabrieken nog veel te wensen overliet. Dit blijkt ook uit een gesprek met een oud-werknemer van een aardewerkfabriek in Maastricht over het werken in de ovens:



6529. V. Hoe lang blijven die menschen in den oven?
A. Hoogstens 5 minuten.
6530. V. Hebt gij ze er uit zien komen?
A. Ja, dan vallen zij neder als een man die niet meer kan.
6531. V. En dan gaan zij er weder in?
A. Ja, met 2 of 3.
[…]
6536. V. En als zij brandwonden krijgen?
A. Daar wordt geen notitie van genomen. (J. Giele, Een kwaad leven, deel 2, blz. 113)

Arbeidswet 1889

Verhoren zoals deze trokken de aandacht van enkele Kamerleden, die daarop kwamen in 1889 met het voorstel kwamen voor een Arbeidswet. In deze wet werden alleen de rechten van kinderen onder de 16 jaar en vrouwen vastgelegd. Zo mochten vrouwen na hun bevalling de eerste vier weken niet werken en werden er werktijden vastgelegd. De rechten van de werkende volwassen mannen werden pas later vastgelegd. Het beperken van de huidige arbeidsregels waren namelijk al heel vooruitstrevend voor veel werkgevers. Naast het bepalen van regels rondom de arbeid werd ook de Arbeidsinspectie ingesteld. Na het Kinderwetje van Houten bleek dat er weinig tot geen controle was op de wet. De Arbeidsinspectie moest hier verandering in brengen. Wanneer er toch medewerkers werkten die niet voldeden aan de gestelde regels konden de inspecteurs een boete opleggen. Deze boete kon bestaan uit een hechtenis van twee weken of een boete tot wel 75 gulden.

Leerplichtwet

Nu kinderen onder de 12 jaar niet meer mochten werken in fabrieken, was er ruimte om het onderwijs ook te verplichten. Alhoewel kinderen thuis en op het land nog mochten werken, was er een grote behoefte aan opgeleide werkkrachten in de industrie. Door kinderen naar school te laten gaan kon worden voldoen aan deze behoefte. Mede hierom werd in 1899 de Leerplichtwet opgesteld. Hierin stond dat de ouders, voogden of anderen die belast waren met de verzorging van kinderen verplicht waren deze kinderen van onderwijs te voorzien, danwel op een school, danwel thuis. Deze verplichting eindigde “indien het kind de klasse heeft afgeloopen, waarin het bij het bereiken van den dertienjarigen leeftijd was geplaatst” (Kamerstuk Tweede Kamer 1898-1899, kamerstuknummer 14, ondernummer 10).

Van Arbeidswet tot flexwet

Na het vaststellen van de Arbeids- en Leerplichtwet zijn er nog veel aanpassingen geweest die hebben geleid tot het huidige arbeidsrecht en de leerplicht. De rechten van mannen zijn nu ook beschermd en kinderen moeten tot hun 16e verplicht een opleiding volgen. Sinds 1873 is de Nederlandse wetgeving op het gebied van arbeid en leerplicht veel veranderd en waarschijnlijk zullen veranderingen altijd blijven komen. Dit zien we momenteel ook in de discussie over de pensioengerechtigde leeftijd.

Handelingen

Bronnen

  • Giele, J. (1981), Een kwaad leven. Heruitgave van de ‘Enquête betreffende werking en uitbreiding der wet van 19 september 1874 (Staatsblad No. 130) en naar den toestand van fabrieken en werkplaatsen’. (Nijmegen: Uitgeverij Link)

  • Schenkeveld, W. (2003), Het kinderwetje van Van Houten. Sociale wetgeving in de negentiende eeuw. (Hilversum: Verloren)

De Handelingen vanaf 1868 zullen omstreeks juni 2010 online worden geplaatst.