Kernenergie

Mijnheer de voorzitter! Er is in de afgelopen week bewezen dat de kerncentrale Borsselein ieder geval genoeg splijtstof in zich heeft voor kabinet en coalitie.

Aldus de heer Van der Vlies (SGP) tijdens het Tweede Kamerdebat in november 1994 over de toekomst van deze energiecentrale. (Van der Vlies - Handelingen Tweede Kamer 1994-1995, blz. 1291)

Actiegroep Greenpeace protesteert tegen langere openstelling kerncentrale Borssele
Ongeveer 30 actievoerders van Greenpeace hebben dinsdagmorgen tientallen vaten ©nucleair afval© voor de hoofdingang van de kerncentrale van Borssele op een vrachtauto geladen om naar Den Haag te vervoeren. Hier bebatteert de kamer dinsdagmiddag over de centrale. (Foto ANP)

Onderzoek naar de opwekking van energie door kernsplijting startte in Nederland aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Tot in de jaren 50 en 60 overheerste optimisme over de mogelijkheden van het vreedzame gebruik van kernenergie. De oprichting van de stichting Reactor Centrum Nederland te Petten (NH) in 1955, leidde in 1960 tot de opening van de eerste Nederlandse onderzoeksreactor. Binnen acht jaar volgde de opening van de eerste kerncentrale voor reguliere energielevering in het Gelderse Dodewaard. Tijdens de openingsplechtigheid in 1969 protesteerde alleen de lokale hengelsportvereniging uit vrees voor aantasting van het viswater.

In de jaren 70 begon de animo voor het gebruik van kernenergie af te nemen. Minister Langman van Economische Zaken stelde nog in 1972 voor om het aantal kerncentrales in Nederland uit te breiden tot 35. De tweede reguliere kerncentrale in de Zeeuwse plaats Borssele, die in 1973 in gebruik werd genomen, was echter de laatste nieuwe Nederlandse centrale die in de twintigste eeuw gebouwd zou worden. In 1973 ontstond fel protest tegen de invoering van de Kalkarheffing, een heffing op de energierekening die bedoeld was om een nieuwe kweekreactor te financieren bij de plaats Kalkar in Duitsland. Dit protest kwam mede voort uit de steeds kritischer houding tegenover kernenergie vanuit de wetenschap. En ook in de media werd deze jaren voor het eerst serieus aandacht besteed aan de ernstige gevolgen van nucleaire ongelukken en de beperkte mogelijkheden voor de verwerking van radioactief afval.

Een belangrijke rol in het kernenergiedebat speelde de Bezinningsgroep Energiebeleid die in 1974 werd opgericht door minister Trip van Wetenschapsbeleid. Door te wijzen op de gevaren voor het milieu en de wereldvrede probeerde deze lobby op succesvolle wijze de maatschappelijke interesse voor het kernenergiedebat te vergroten. In 1976 plaatste de Bezinningsgroep in de landelijke dagbladen een paginagrote advertentie getiteld “Leden van de Tweede Kamer, geef ons het voordeel van de twijfel”. De advertentie tegen het gebruik van kernenergie was getekend door 1200 personen uit de wetenschap, variërend van natuurkundigen tot theologen en economen. Succes bleef niet uit: in 1977 zag een intern ernstig verdeeld kabinet Den Uyl af van de bouw van nieuwe kerncentrales.

De relatief gunstige positie van Nederland op energiegebied dankzij de aardgasvoorraad in Slochteren maakte het voor de Nederlandse regering gemakkelijk om in de jaren 80 nieuwe beslissingen over de bouw van kerncentrales voor zich uit te blijven schuiven. De ramp met de kerncentrale in Tjernobyl in 1986 maakte kernenergie zelfs voor lange tijd onbespreekbaar.  

In de jaren 90 laaide het debat over kernenergie weer op. Aanleiding vormde de bedrijfstijdverlenging van de kerncentrale in Borssele. Geen verlenging zou het einde betekenen voor het reguliere gebruik van kernenergie in Nederland aangezien al vaststond dat de kerncentrale in Dodewaard wegens onrendabelheid en het verlopen van vergunningen moest sluiten.

In november 1994 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin de regering werd verzocht “(…) af te zien van haar voornemen om in te stemmen met de bedrijfstijdverlenging voor de kerncentrale in Borssele“. Minister Herman Wijers van Economische Zaken maakte hierop een afspraak met de Nederlandse energiesector om de kerncentrale in Borssele te sluiten vóór 2004. Ter compensatie beloofde hij de eigenaren van de kerncentrale in totaal 32 miljoen euro om een veilige ontmanteling van de reactor mogelijk te maken.

Een succesvolle lobby door EPZ, de eigenaars van de kerncentrale Borssele, en een meer positieve houding tegenover kernenergie in de samenleving leidden ertoe dat de regering in 2005 besliste 250 miljoen euro te investeren in duurzame energie mits de kerncentrale Borssele ook na 2013 open blijft.

Naar boven

Handelingen

Handelingen Tweede Kamer 1994-1995, blz. 1273 t/m 1311

Handelingen Tweede Kamer 1994-1995, blz. 1612 t/m 1615

Kamerstuk Tweede Kamer 16226 17

Naar boven

Links

Bezinningsgroep Energie

EPZ

Onvoltooid Verleden Tijd (OVT): Kernenergie in Nederland

Tegenstroom (World Information Service on Energy)

Naar boven