Bijlmerramp

Neerstorten van een El Al vliegtuig in de Bijlmermeer

Bijlmerramp
Bijlmerramp Amsterdam. 4 oktober 1992. (Foto ANP)

Op zondag 4 oktober 1992 stortte een vrachtvliegtuig type Boeing 747 van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al neer op de Amsterdamse woonwijk Bijlmermeer. Het toestel trof de flats Groeneveen en Klein-Kruitberg. Vanwege de enorme ravage gingen hulpverleners in eerste instantie uit van honderden doden. Uiteindelijk werd het aantal slachtoffers vastgesteld op 43.

De ontreddering was ook in de Tweede Kamer groot. Op 6 oktober opende Voorzitter Deetman de vergadering met de volgende woorden:

Waarde medeleden! Wij zouden bijeen komen om aan onze jaarlijkse algemene politieke en financiële beschouwingen te beginnen, maar wij zijn hier nu om uiting te geven aan onze gevoelens van ontsteltenis, geschokt door de berichten over en de beelden van het vliegtuig van El Al in de Bijlmermeer. Deze beelden lieten de verschrikkelijke situatie zien, die in één ogenblik ontstond. Wat men zich alleen in de verbeelding kon voorstellen, geschiedde in werkelijkheid, namelijk een groot transportvliegtuig dat neerstortend tegen flatgebouwen vloog en die deels met een onvoorstelbare precisie verwoestte.

(Deetman - Handelingen Tweede Kamer 1992-1993, blz. 363)

In de jaren na de Bijlmerramp voerde de overheid verschillende onderzoeken uit naar de oorzaak van de ramp, de tekortkomingen in de samenwerking tussen de hulpverlenende instanties en de aanhoudende gezondheidsklachten van betrokkenen. Deze onderzoeken verliepen moeizaam en riepen meer vragen op dan dan dat zij antwoorden boden. In de media werd intussen aanhoudend gespeculeerd over de aard van de vliegtuiglading, de signalering van de “mannen in de witte pakken” op de de plek van de ramp en de schimmige positie van El Al op luchthaven Schiphol.

Eind 1997 gaf minister Jorritsma opdracht om uit te zoeken waarom er nog steeds geen duidelijkheid was over de precieze lading van het vliegtuig. Hierop volgden nieuwe onthullingen in de media over uraniumsporen in urinemonsters van hulpverleners en flatbewoners. Deze berichten vormden de directe aanleiding om een parlementaire enquête in te stellen naar de exacte toedracht van de Bijlmerramp.

Op 22 april 1999 presenteerde de onderzoekscommissie ten slotte het verslag “Een beladen vlucht”. Het rapport bevatte scherpe kritiek op de betrokken bewindslieden en overheidsdiensten. Daarnaast deed de commissie aanbevelingen om het overheidsoptreden bij rampen in de toekomst beter te laten verlopen. Tegelijkertijd toonde de enquête aan dat er geen direct verband bestond tussen de vliegtuiglading en de ontstane gezondheidsklachten. Ook werden verschillende complottheorieën ongegrond verklaard wegens gebrek aan bewijs.

Naar boven

Handelingen

Handelingen Tweede Kamer 1992-1993, blz. 363, 364

Naar boven

Literatuur

Baalen, C. van en Griensven, P. van, ‘Een beladen enquête; Theo Meijer blikt terug’, in: Jaarboek Parlementaire geschiedenis 1999 ('s-Gravenhage: Sdu Uitgevers), blz. 106 t/m 116.

Meijer, Th.A.M. (1999) Een beladen vlucht: eindrapport Bijlmer enquête (’s-Gravenhage: Sdu Uitgevers)

Naar boven

Links

www.parlement.com

Dossier Bijlmerenquête NRC Handelsblad

Naar boven