Betuweroute
Het parlement staat op het punt te beslissen over één van de belangrijkste infrastructurele werken van na de oorlog. Het project vraagt om een kordate besluitvorming. De Betuwelijn moet geen lange, slepende zaak worden. Daar is niemand mee gediend.
Deze optimistische woorden sprak Minister Maij-Weggen van Verkeer en Waterstaat tijdens de Uitgebreide Commissievergadering van de Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat op 22 november 1993. (Maij-Weggen - Handelingen Tweede Kamer UCV 1993-1994, blz. 60)
De Betuweroute (ook wel Betuwelijn genoemd) is een goederenspoorlijn die de Rotterdamse havens verbindt met het Europese achterland. Plannen voor een dergelijke verbinding dateerden al uit 1983. In dat jaar werd vastgesteld dat de meest voor de hand liggende optie een spoorlijn was van Rotterdam naar Zevenaar bij de Duitse grens. De Betuweroute zou het goederenvervoer per spoor bevorderen en de concurrentiepositie van Rotterdam als wereldhaven versterken. Plannen voor het gebruik van bestaand spoor werden al snel ingewisseld voor de aanleg van een geheel nieuw traject.
In 1992 kreeg de aanleg van de Betuweroute een belangrijke impuls toen het kabinet besloot het project de procedure van de planologische kernbeslissing (PKB) te laten doorlopen. Hiermee werd het mogelijk om de bestemming van de benodigde ruimte voor de aanleg van het toekomstige spoortracé in grote lijnen vast te leggen. Volgens plan zou de Betuweroute in het jaar 2000 operationeel zijn.
De kosten van de Betuweroute waren in 1990 begroot op 1,13 miljard euro. In 1992 was het geschatte bedrag intussen opgelopen tot 2,3 miljard euro. Over de financiering van dit bedrag bestond veel onduidelijkheid. Een deel van het benodigde geld kon in het Structuurschema Verkeer en Vervoer (SVV) en het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) worden gereserveerd. Daarnaast verwachtte het Ministerie van Verkeer en Waterstaat veel van de mogelijkheden die commerciële exploitatie van de goederenspoorlijn leek te bieden.
In 1995 bleken de geraamde kosten al te zijn gestegen tot 2,5 miljard euro. Tijdens de discussie over het nut en de noodzaak van aanleg van de goederenspoorlijn hield het kabinet vast aan het standpunt, dat aanleg van de Betuweroute noodzakelijk was uit oogpunt van economie en milieu. Financierbare alternatieven zouden niet voorhanden zijn. In hetzelfde jaar ging de Tweede Kamer akkoord met de aanleg van de spoorlijn. De daadwerkelijke bouw van de spoorlijn kon eind 1996 beginnen na vaststelling van het Tracébesluit.
Drie jaar later, in 1998, ontstond opnieuw discussie over het project. Weer kwam de minister van Verkeer en Waterstaat tot de conclusie dat continuering van de aanleg gerechtvaardigd was.
Onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de besluitvorming over de aanleg van de Betuweroute resulteerde in het jaar 2000 in een zeer kritisch rapport. De overheid bleek te weinig gebruik te hebben gemaakt van goede beleidsinformatie. Daarbij was de beschikbare informatie onvolledig of incorrect. De besluitvorming stond geheel in het teken van de opvatting dat aanleg van de goederenspoorlijn van strategisch belang was voor economie en milieu, terwijl een fatsoenlijke onderbouwing van deze stelling ontbrak. Ook was veel te weinig aandacht besteed aan goed onderzoek naar de werkelijke projectkosten en opbrengsten.
De Algemene Rekenkamer lichtte de projectbeheersing en financiering van de Betuweroute door in een volgend rapport dat in 2001 verscheen. In het rapport werden de inspanningen van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat om de kosten van de aanleg te beheersen teleurstellend genoemd. Het geschatte bedrag voor de spoorlijn was intussen bijgesteld naar 4,7 miljard euro.
In 2004 vond in opdracht van de Tweede Kamer een parlementair onderzoek plaats door de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (TCI). Conclusie van de Commissie was dat de parlementaire controle op grote infrastructurele projecten ernstig tekortschoot. De Tweede Kamer bleek geen greep te hebben op de initiële besluitvorming en liep stelselmatig achter de feiten aan.
In de laatste prognose uit januari 2006 kwamen de totale projectkosten uit op 4.6 miljard euro. Op 16 juni 2007 verrichtte koningin Beatrix de officiële openingshandeling waarmee de Betuweroute in gebruik werd genomen.
Handelingen
Handelingen Tweede Kamer UVC 1993-1994, blz. 60
Handelingen Tweede Kamer 1993-1994, blz. 2831-2835
Handelingen Tweede Kamer 1993-1994, blz. 3236-3240
Handelingen Eerste Kamer 1993-1994, blz. 1345-1369
Links