Handelingen Tweede Kamer 1873-1874 05 mei 1874

Ga naar pagina


SluitBiografie

A.J.H. van Baar

Katholiek Tweede Kamerlid uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Advocaat en wethouder van Eindhoven en nadien kantonrechter in Oirschot. Aanvankelijk liberaal, maar in 1871 kandidaat voor de (conservatieve) katholieken. In de Kamer een veelzijdig lid en volgens overlevering een praatgrage, gemoedelijke oude heer die van een grapje hield.

Lees door bij PDC
SluitBiografie

J. van Kuyk

Conservatieve negentiende-eeuwse bestuurder en politicus. Was advocaat en economieleraar aan de Koninklijke Academie in Delft en werd later wethouder en in 1855 burgemeester van de prinsenstad. In 1868 vaardigde het district Delft hem af naar de Tweede Kamer. Weigerde nadien meermalen een ministerspost. Als Commissaris des Konings in Drenthe zette hij zich voor verbetering en aanleg van kanalen en voor herziening van het waterschapsbestuur.

Lees door bij PDC
SluitBiografie

S. van Houten

Onafhankelijk liberaal, die bijna veertig jaar een belangrijke rol in de Nederlandse politiek speelde. Advocaat in en afgevaardigde van Groningen. Gold bij binnenkomst in het parlement als uiterst progressief. Zette zich af tegen de leer van staatsonthouding van Thorbecke. Bracht in 1874 via een initiatiefvoorstel het bekende Kinderwetje tot stand. Kwam geleidelijk in conservatiever vaarwater en keerde zich tegen de plannen van Tak voor algemeen mannenkiesrecht. Bracht als bekwaam minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Röell in 1896 wel zeer krachtdadig een belangrijke kiesrechtuitbreiding tot stand. Zijn rol was daarna grotendeels uitgespeeld, al bleef hij begin twintigste eeuw actief als tegenstander van de evenredige vertegenwoordiging. Beminnelijk man in de omgang met een brede belangstelling; cultuurminnend en erudiet.

Lees door bij PDC