Handelingen Eerste Kamer 1873-1874 01 juli 1874

Ga naar pagina


SluitBiografie

C.H. baron van Rhemen van Rhemenshuizen

Burgemeester van Brummen die dertig jaar Eerste Kamerlid voor Gelderland was. Kamerheer in buitengewone dienst die in de Senaat vaak conservatieve standpunten innam, en bijvoorbeeld tegen de afschaffing van de doodstraf stemde. Rekende zichzelf later tot de (gematigd) liberalen, vooral vanwege afkeer van de kerkelijke partijen. Door familiebanden gelieerd aan adellijke families als Schimmelpenninck van der Oye en Van Tuyll van Serooskerken.

Lees door bij PDC
SluitBiografie

C. Hartsen

Amsterdamse koopman die in 1888 in het eerste coalitiekabinet, het kabinet-Mackay, minister van Buitenlandse Zaken werd. Telg van een voornaam doopsgezind handelsgeslacht. Als behartiger van de Amsterdamse handelsbelangen in 1859 tot Eerste Kamerlid gekozen. Voorstander van vrijhandel, maar op andere gebieden, met name op koloniaal gebied, zeer conservatief. Werd in 1871 vervangen door een liberaal. Zijn ministerschap was tamelijk onopvallend. Schoonzoon van Jacob van Lennep en schoonvader van Theo Heemskerk

Lees door bij PDC
SluitBiografie

H.J. Smit

Liberaal Tweede en Eerste Kamerlid uit de Zaanstreek, in zowel de periode vóór als na 1848. Was advocaat en oliefabrikant in Zaandam en bekleedde diverse functies op waterstaatkundig gebied. Kwam in 1847 in de Tweede Kamer en steunde de grondwetsherziening. Keerde in 1852 niet terug in de Kamer vanwege zijn benoeming tot burgemeester van Zaandam. Werd later echter Eerste Kamerlid, maar moest in 1881 bedanken omdat hij niet meer tot de hoogstaangeslagenen behoorde. In beide Kamers tamelijk actief deelnemer aan debatten over diverse onderwerpen.

Lees door bij PDC
SluitBiografie

J.H. Geertsema Czn.

Liberaal die een langdurige politieke en bestuurlijke carrière doorliep. Telg uit een voorname Groningse familie. Na de advocatuur secretaris van de Curatoren van de Groningse Universiteit en tussen 1863 en 1878 afwisselend Tweede Kamerlid en minister van Binnenlandse Zaken en drie jaar staatsraad. Behoorde tot de getrouwen van Fransen van de Putte. Zijn poging in 1874 om het kiesrecht uit te breiden, mislukte. Vanaf 1878 was hij vijftien jaar Commissaris des Konings in Overijssel en daarna bleef hij tot zijn 86e Eerste Kamerlid.

Lees door bij PDC