Vel 381.

1421

Tweede Kamer.

94STB ZITTING. — 5 MEI.

84.

Voorstel van wet van den heer van Houten betreffende overmaligen arbeid enz. van kinderen.

948te ZITTING.

ZITTING VAN DIXGSDAG 5 MEI.

Ingekomen: missive van den directeur van het Kabinet des Konings; 2°. boekwerk; 3°. wets-ontwerp. —

"Voortzetting der behandeling en aanneming van het wetsvoorstel van den heer van Houten, strekkende om overmatigen arbeid en verwaarloozing van kin-deren tegen te gaan.

Voorzitter: de heer Dullcrt.

Tegenwoordig, met den Voorzitter, 70 leden, te weten de heeren: C. van Nispon tot Sevenaer, Begram, Schimmelpenninck van der Oye, Sandberg , van Kerkwijk, Brouwer, Bredius, van Baar, de Jong, van don Berch van Heemstede, Id-zerda, Hingst, van Loon, Rombach, Heydenryck, Bichon van IJsselmonde, van Houten , Lenting, Oldenhuis Gratama, Jonckbloet, van Lynden van Sandenburg, Insinger, van Eek, van Zuijlen van Nyevelt, Mirandolle, Blom , Cremers, Godefroi, Wintgons, Borret, Kuyper, Blussé, Fabius, van Reenen, Kerens de Wijlre, Dam, Haffmans, Arnoldts, van den Heuvel, Luyben , Saaymans Vader, Lambrechts, Teding van Berkhout, van Foreest, Gevers Deynoot,van der Does de Willebois, Kion , van Nispen van Sevenaer, Wybenga, van Naamen van Eemnes, van Wasseneer van Catwück, Nierstrasz, Bergsma, Rutgers van Rozenburg, Stieltjes, Moens, 'sJacob, Kappeyne van de Coppollo, de Bruyn Kops, Mees, Smitz, de Ruiter Zylker, Mackay, de Bieberstein , Smidt, Verheijen , van Kuyk , Schimmel-penninck en van Zinnicq Bergmann;

en de heer Minister van Binnenlandscho Zaken.

De notulen van het verhandelde in de vorige zitting worden gelezen en goedgekeurd.

De Voorzitter deelt mede dat zjj'n ingokomen:

1*. eene missive van den directeur van het Kabinet des Konings, houdende kennisgeving dat Zijne Majesteit de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, benevens hare griffiers, tot het aanbieden van het adres zal ontvangen in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, op 12 Mei aanstaande des voormiddaga. Dit berigt wordt voor kennisgeving aangenomen.

2°. van den Minister van Koloniën een exemplaar van het verslag van het inlandscb onderwys in Nedorlandsch Indie over 1870.

Dit boekwerk zal worden geplaatst in de boekory der Kamer.

Aan de orde is de voortzetting der beraadslaging over het VOORSTEL VAN WET VAN DEN HEER MR. S. VAN HOUTEN, STREKKENDE OM OVERMATIGEN ARBEID EN VERWAARLOOZING VAN KINDEREN TEGEN TE GAAN.

H Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vergunning te verkenen, om jongens van tien tot twaalf jaren in fabrieken ten arbeid te stellen, mits:

» lc. zij niet langer dan zes uren eiken werkdag en niet tusschen acht uur des avonds en zes uur des morgens arbeiden; » 2°. hun minstens gedurende drie uren eiken werkdag onderwijs worde gegeven, en

i) 3°. aan alle verder aan de vergunning te verbinden voorwaarden worde voldaan. » De verleende vergunning kan ten allen tijde worden ingetrokken." De heer Schimmelpenninck van der Olje : Mijne Heeren , ik heb tegen deze discussie opgezien en ik heb er naar verlangd. Opgezien. Het zwaartepunt mijner bezwaren ligt in de artt. 2 en 3. Ze maken voor mij het ontwerp pernicieux. Verlangd. Thans heb ik de ge-legonheid een punt te bespreken , mijns inziens , van uit-nemend belang. Ik beschouw de artt. 2 en 3 onafscheid-baar aan art. 1 verbonden en zou gewenscht hebben dat de artt. 1 , 2 en 8 één artikel hadden uitgemaakt. Dit moot ik voorop stellen, daar anders mijn af keurend votum over het eerste artikel niet zou zijn geregtvaardigd. Niet wetende hoe de Kamer deze artikelen — 2 en 3 — zou opnemen en hoe dus de uitzonderingen zouden worden geregeld , mogt het beginsel niet door mij worden vast-gesteld. Mijne grieven tegen de alinea waarin de bedekte leerplijt staat zijn bekend. Ik zwijg daar nu over. Maar de voorafgaande alinea, over den nachtelijken arbeid, noopte mij het woord op te nemen. In dit opzigt gaat, mijns inziens, het ontworp niet ver genoeg, en is de geachte voorsteller mij niet radicaal genoeg. Alleen nachtelijken arbeid te verbieden in fabrieken van kinderen onder de 12 jaren is veel te beperkt. Ik wil dien nachtelijken arbeid voor kinderen van 12 tot lf> jaren verboden zien. Mijn geachte'buurman, despreker uit 'sllortogenbosch, heeft deze quaestio reeds naar aanleiding van eenen be-langrijken brief over eene luciferfabriek ter sprake gebrngt. Ik vraag dus den geachten voorsteller of het hem niet mogelijk zou zijn den nachtelijken arbeid aan alle kinderen te verbieden ; do wet zou er beter door worden, eene wet die wol kans heeft te worden aangenomen. Men heeft gesproken van het isolement van den heer van Houten. Aangenaam isolement. Hij werd gesterkt door 45 loden dezer Kamer. Ook ik wensch de zaak tot stand te brengen, in weerwil dat de dagbladen verkondigen dat ik tegen het voorstel zou zijn omdat het van den heer van

(GEOPEND TEN 11 URE.)

Beraadslaging over ART. 2, luidende:

Bijblad van de Nederlandsche Staats-Courant. — 1873

1874. II.