Eerste Kamer der Staten-Generaal

1

Vergaderjaar 1992-1993 Nr. 86c

22 647 (R 1437)

Goedkeuring van het op 7 februari 1992 te Maastricht tot stand gekomen Verdrag betreffende de Europese Unie, met Protocollen, en een overeenkomst betreffende de sociale politiek tussen de Lidstaten van de EG, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk

MEMORIE VAN ANTWOORD Ontvangen 4 december 1992

De regering heeft met belangstelling kennis genomen van de bijdragen van de fracties in het voorlopig verslag. Het past haar de leden van de vaste Commissies voor Europese samenwerkingsorganisaties en voor Financiën van de Eerste Kamer voor de door hen betrachte voortvarendheid bij de opsteiling van het voorlopig verslag dank te zeggen. Voor zover gestelde vragen reeds uitgebreid in de dialoog met de Tweede Kamer aan de orde zijn gekomen, zal bij de beantwoording naar de relevante Tweede Kamerstukken worden verwezen.

I. Algemeen

Van de zijde van alle fracties wordt veel aandacht geschonken aan de perikelen rond de nationale goedkeuringsprocedures in Denemarken en in het Verenigd Koninkrijk.

De fracties van CDA, D66 en SGP stellen vragen bij de mogelijkheden om zonder heronderhandelingen tot een oplossing te komen voor de zogenaamde Deense problematiek. De regering is gebleken dat Minister Ellemann Jensen, bij zijn rondreis langs de elf hoofdsteden, unanieme indicaties heeft gekregen op het stuk van afwijzing van heronderhandelingen. Deze opstelling van de partners heeft Denemarken duidelijk inzicht gegeven in de grenzen waarbinnen naar oplossmgen voor de suggesties die door dat land zijn gedaan, kan worden gezocht. Het gaat er nu dan ook om de eerdere Deense wensen nader te concretiseren in formules die de instemming van de andere Lid-staten zouden kunnen verwerven. Een aanzet tot een compromisop-lossing zal een dezer dagen door het voorzitterschap aan de hoofdsteden worden voorgelegd, met het oog op nader overleg tijdens het zogenaamde conclaaf van de Ministers van Buitenlandse Zaken van 8 december en de Europese Raad van 11-12 december te Edinburgh. In deze situatie lijkt het de regering niet opportuun nader in te gaan op ideeën harerzijds terzake. Het ware in dit stadium beter te volstaan met de verzekering dat de regering van opvatting blijft dat, zakelijk bezien, voor alle Lid-staten aanvaardbare oplossingen stellig denkbaar zijn.

216204F ISSN 0921 7363 Sdu Uitgeverij Plantijnstraat 's-Gravenhage 1992

Eerste Kamer, vergaderjaar 1992-1993, 22 647 (R 1437), nr. 86c