Over het project

Inhoudsopgave

Aanleiding

Sinds de Grondwet van 1815 zijn de vergaderingen van de Tweede Kamer openbaar. Voor de Eerste Kamer is dat sinds 1848 het geval. De schriftelijke neerslag van deze vergaderingen staat bekend onder de naam Handelingen van de Staten-Generaal, of kortweg “Handelingen”. De collectie van schriftelijke kamerverslagen en kamerstukken vormt één van de belangrijkste bronnen voor onderzoek naar de parlementaire geschiedenis en naar de geschiedenis van de Nederlandse samenleving als geheel.

Eind jaren negentig ontstaat bij de Tweede Kamer en de UKB (het samenwerkingsverband van Nederlandse Universiteitsbibliotheken, de Koninklijke Bibliotheek en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) bezorgdheid over de slechte kwaliteit van het papier waarop de negentiende-eeuwse Handelingen zijn gedrukt. Een groot deel van de collectie dreigt op termijn verloren te gaan. De dreiging van informatieverlies is des te groter omdat in Nederland nergens een complete set van de Handelingen blijkt te bestaan.

In de jaren 1999-2001 onderzoeken de Tweede Kamer, de Koninklijke Bibliotheek en Sdu Uitgevers de mogelijkheden om de collectie te behouden en te ontsluiten. Naar aanleiding van de positieve onderzoeksuitkomsten gaan de Tweede Kamer en de Koninklijke Bibliotheek in 2003 een samenwerkingsverband aan voor de uitvoering van het project Staten-Generaal Digitaal 1814-1995.

Naar boven

Partners

Tweede Kamer
De Tweede Kamer is het kloppend hart van de Nederlandse politiek. De belangrijkste taken van de Tweede Kamer zijn: wetgeving en regering controleren en zelf wetsvoorstellen of wijzigingen indienen.

Tweede KamerDoor te stemmen tijdens de landelijke verkiezingen bepaalt de Nederlandse bevolking welke 150 Tweede Kamerleden hen de komende kabinetsperiode vertegenwoordigen. De leden van de Tweede Kamer hebben bepaalde rechten om hun taken zo goed mogelijk uit te voeren. Zo hebben zij het recht om zélf wetsvoorstellen in te dienen of wijzigingen voor wetsvoorstellen van de regering voor te stellen. Ook kunnen zij de regering met moties verzoeken iets te regelen of een oordeel te geven over het gevoerde beleid. 

De Tweede kamer streeft naar transparantie. Het is belangrijk dat Nederlanders inzicht kunnen krijgen in het werk van hun volksvertegenwoordigers. De website www.tweedekamer.nl is één van de middelen die ingezet wordt om de Nederlandse bevolking optimaal te informeren. Van dossiers over actuele onderwerpen die in de Kamer worden besproken en vergaderstukken tot de planning van vergaderingen en het live kunnen meekijken. De Tweede Kamer staat ook open voor bezoekers. Zij zijn van harte welkom voor het bezoeken van vergaderingen, rondleidingen en tentoonstellingen.

Meer informatie: www.tweedekamer.nl

Koninklijke Bibliotheek
De Koninklijke Bibliotheek (KB) is de nationale bibliotheek van Nederland. Iedereen die toegang wil hebben tot boeken, kranten, tijdschriften, elektronische publicaties, cd-roms en websites kan bij de KB terecht. De KB weet alles te vinden, ook informatie buiten de eigen collectie.

De Koninklijke Bibliotheek geeft iedereen toegang tot kennis en cultuur van heden en verleden door hoogwaardige diensten te leveren voor onderzoek, studie en cultuurbeleving. Sinds 1974 beheert de KB het Depot voor Nederlandse Publicaties. Niet alleen boeken en tijdschriften, maar ook kranten, rapporten, proefschriften en overheidspublicaties vinden hun weg naar dit depot (ook digitaal). Behalve het depot heeft de KB een uitgebreide wetenschappelijke collectie en internationaal gerenommeerde speciale collecties, waaronder middeleeuwse handschriften. De KB is een kenniscentrum voor wetenschappelijke informatievoorziening en een spil in de landelijke en internationale samenwerking.

Koninklijke BibliotheekDe KB heeft zich ontwikkeld tot een expertisecentrum voor onder meer digitale archivering en duurzaamheid, digitalisering en conservering. Ook bevordert en organiseert de KB landelijke en internationale samenwerking.  

Meer informatie: www.kb.nl

Digitaliseringsprojecten bij de Koninklijke Bibliotheek
De Koninklijke Bibliotheek voert sinds halverwege de jaren negentig projecten uit om collecties te digitaliseren en beschikbaar te stellen op het Internet. In de eerste projecten moest nog veel worden uitgezocht over de beste manieren om te scannen, de technische mogelijkheden van het Internet en technieken waarmee het gedigitaliseerde materiaal doorzoekbaar kon worden gemaakt. Er werden in deze begintijd veel kleine collecties of hoogtepunten uit collecties gedigitaliseerd en beschikbaar gesteld. Het ging daarbij vooral om visueel aantrekkelijke collecties die voor een groot publiek interessant zijn. Een van de eerste digitaliseringsprojecten bestond uit de ‘100 hoogtepunten’ van de collectie van de Koninklijke Bibliotheek, nu als webexpositie op de website. Resultaten van andere digitaliseringsprojecten van de Koninklijke Bibliotheek zijn te zien via http://www.kb.nl/menu/webexposities.html.

Hoewel de ontwikkeling van methoden en technieken alsmaar verder gaat, zijn in de loop van de tijd veel standaarden ontwikkeld voor digitalisering en beschikbaarstelling van afbeeldingen op het Internet. Daarnaast wordt het nut van digitalisering door steeds meer mensen onderkend. Door beschikbaarstelling op het Internet kan iedereen waar dan ook ter wereld materiaal bezichtigen dat voorheen alleen ter plekke kon worden bekeken. Bovendien zijn collecties door het gebruik van zoekmachines vaak beter doorzoekbaar en kan in meerdere gedigitaliseerde collecties tegelijk worden gezocht. Hierdoor is gedigitaliseerd materiaal ook interessant geworden voor wetenschappelijke onderzoekers.

Deze ontwikkelingen zorgden bij de Koninklijke Bibliotheek voor een toename in het aantal digitaliseringsprojecten waarin steeds grotere collecties worden gedigitaliseerd. In 2000 werd Het Geheugen van Nederland (www.geheugenvannederland.nl) gestart, het nationale programma voor de digitalisering van het Nederlands cultureel erfgoed. In dit programma worden de collecties van archieven, musea en bibliotheken gedigitaliseerd en beschikbaar gesteld op Internet. In het Geheugen van Nederland is voornamelijk beeldmateriaal opgenomen.

In 1999 werd in de Koninklijke Bibliotheek voor het eerst op grote schaal gestart met het digitaliseren van historisch tekstmateriaal. Het voordeel van het digitaliseren van tekst is dat op ieder woord in de tekst kan worden gezocht. In twee grote digitaliseringsprojecten werden 76 jaargangen van vier nationale dagbladen die zijn uitgegeven tussen 1910 en 1945 beschikbaar gesteld. De resultaten van deze projecten zijn te zien op kranten.kb.nl.

De start van Staten-Generaal Digitaal in 2003 betekende voor de Koninklijke Bibliotheek de uitvoering van het eerste massa-digitaliseringsproject waarin miljoenen pagina’s tekst worden gedigitaliseerd. Sindsdien zijn meerdere massa-digitaliseringsprojecten gestart. Zo begon in 2006 het project Databank Digitale Dagbladen, waarin acht miljoen krantenpagina’s worden gedigitaliseerd vanaf het begin van de zeventiende eeuw tot 1995. In 2007 is gestart met de projecten Digitalisering Bijzondere Collecties, waarin 5000 boeken van voor 1800 worden gedigitaliseerd, en Digitalisering ANP Nieuwsberichten waarmee twee miljoen radio nieuwsberichten van het ANP beschikbaar komen op het Internet.

Op de website van de Koninklijke Bibliotheek staat meer informatie over de digitaliseringsprojecten.

Naar boven

Doelstellingen

Doel van het project Staten-Generaal Digitaal is de complete set Handelingen uit de periode 1814-1995 door microverfilming te behouden voor het nageslacht en door digitalisering voor iedereen gratis toegankelijk te maken op Internet. De toegankelijkheid van de Handelingen wordt extra vergroot door het toevoegen van metadata en het toepassen van tekstherkenning. Het project levert tot slot een unieke complete set van de Handelingen op.

Naar boven

Opzet van het project

Aanpak
Het project is opgezet volgens de projectmanagement methode Prince2 en heeft een doorlooptijd van 6 jaar. Na de opstartperiode in 2004 zijn in het project vier opeenvolgende fasen te onderscheiden:  

De eerste fase vindt plaats in de jaren 2005 en 2006. In deze periode worden de Handelingen uit de jaren 1814-1950 en 1990-1995 verzameld en verfilmd. Tegelijkertijd worden de jaren 1990-1995 gedigitaliseerd.  

De tweede fase vindt plaats in 2007. In deze periode worden de Handelingen uit de jaren 1975-1990 verzameld en verfilmd. Tegelijkertijd worden de jaren 1976-1990 en 1929-1950 gedigitaliseerd. De jaren 1990-1995 worden gepubliceerd op de eerste versie van de website. 

De derde fase vindt plaats in 2008. In deze periode worden de Handelingen uit de jaren 1950-1975 verzameld en verfilmd. Tegelijkertijd worden de jaren 1950-1976 gedigitaliseerd. De jaren 1976-1990 worden gepubliceerd op de tweede versie van de website. 

De vierde fase vindt plaats in de jaren 2009 en 2010. In deze periode worden de Handelingen uit de jaren 1814-1929 gedigitaliseerd. Vervolgens worden de jaren 1814-1976 gepubliceerd op de definitieve versie van de website. Het project is hiermee afgerond.

Stuurgroep. Het project wordt geleid door een Stuurgroep. De Stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de Dienst Informatievoorziening en de Dienst Automatisering van de Tweede Kamer, en de Directie en de afdeling Research & Development van de Koninklijke Bibliotheek.

Projectteam. Het projectteam bestaat uit een projectmanager, een projectleider microverfilming, een projectleider digitalisering, een materiaaldeskundige, een technisch projectmedewerker, een programmeur, een projectassistent en zes projectmedewerkers. Daarnaast zijn bij het project twee kwaliteitsmanagers betrokken die toezien op de puur technisch inhoudelijke aspecten van de microverfilming en de digitalisering.

Naar boven

Materiaalanalyse

Tijdens de voorbereiding van de materiaalanalyse in 2004 is gebleken dat er nergens een complete set van het materiaal aanwezig is in Nederland. Voor de materiaalanalyse van het project Staten-Generaal Digitaal is dan ook gebruik gemaakt van verschillende sets Handelingen waaruit één complete set is gemaakt. De sets Handelingen zijn aan de Koninklijke Bibliotheek geschonken of in bruikleen gegeven. Zo is gewerkt met Handelingen die beschikbaar zijn gesteld door de Tweede- en Eerste Kamer, De Nederlandsche Bank, het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, de provincie Utrecht, het Nationaal Archief, het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de provincie Noord-Brabant.

Bij het verzamelen van de stukken is per vergaderjaar teruggewerkt aan de hand van het “Bericht voor de Binder”, een opgave van de per vergaderjaar verschenen stukken.

Pagina's van het Handelingenmateriaal worden losgesneden voor de verfilmingHet Handelingenmateriaal is door een projectteam voorbewerkt. Alle stukken zijn pagina voor pagina door het team bekeken op onvolkomenheden. De gegevens over het materiaal zijn per vergaderjaar genoteerd in speciaal daarvoor ontworpen database. Waar nodig zijn de stukken gerepareerd, zijn vouwen gestreken en zijn er verbeteringen aangebracht wanneer dat de duidelijkheid ten goede komt.

Alle stukken zijn na completering per vergaderjaar op microfilm gezet. De handelingen uit de periode 1814-1950 zijn in 2004 en 2005 als eerste voorbewerkt en verfilmd. Deze periode valt onder “Metamorfoze”, het nationale programma voor het behoud van het papieren erfgoed, uitgevoerd door de Koninklijke Bibliotheek. Daarna is teruggewerkt in verschillende periodes, te weten 1989-1990 – 1994-1995 (tot 1 januari 1995) in 2006 en 1974-1975 – 1988-1989 in 2007. Als laatste zullen de stukken van 1951-1952 – 1973-1974 worden voorbewerkt in 2008.

De stukken worden gedigitaliseerd vanaf microfilm. De Handelingen uit de periode 1989-1990 – 1995-1995 zijn nu op de website terug te vinden. Er wordt nu teruggewerkt tot 1814. Naar verwachting zal in 2010 al het materiaal doorzoekbaar zijn op de website.

Naar boven

Microverfilming

Conservering. De conservering van de Handelingen der Staten-Generaal uit de periode 1814-1995 geschiedt door middel van zwart-wit microverfilming op 35 mm filmrollen. Hiermee is het materiaal voor de lange termijn veiliggesteld. Naar verwachting zijn microfilms tenminste tweehonderd jaar houdbaar, en mits opgeslagen onder de juiste condities met betrekking tot temperatuur en luchtvochtigheid wordt zelfs een houdbaarheid tot vijfhonderd jaar verwacht.

Doorlooptijd + fasering. Handelingenmateriaal verfilmd voor conserveringIn 2004 is begonnen met de microverfilming van de vergaderjaren van 1814 tot 1950 omdat de papierkwaliteit van dit materiaal het slechtst was. Deze periode, die medio 2006 werd afgerond, is verfilmd met subsidie van Metamorfoze. Metamorfoze is het Nationaal Programma voor het Behoud van het Papieren Erfgoed, een samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief. Het programma is een initiatief van het Ministerie van OCW. In 2006 is tegelijkertijd de periode 1989-1990 tot 1 januari 1995 verfilmd en werd gestart met de periode 1974-1975 tot en met 1988-1989 welke eind 2007 zal zijn afgerond. De vergaderjaren 1951-1952 tot en met 1973-1974 tenslotte, zullen in 2008 op microfilm worden gezet.

Kwaliteit. De microverfilming is technisch en inhoudelijk gebaseerd op de Richtlijnen Preservation Microfilming Metamorfoze, zoals die worden gehanteerd door Metamorfoze Programma. Ze moeten worden gezien als normstellend voor ‘preservation microfilming’, d.w.z. verfilmen met het oog op het behoud van het materiaal. Het doel van deze Richtlijnen is de kwaliteit van de microfilms te waarborgen. Het gaat hierbij om drie generaties microfilms:
1.) een moederfilm, 2.) een duplicaatfilm, 3.) een gebruikersfilm.

Daarbij zijn de volgende factoren van belang:
- Het gaat om substitutie-verfilming. Het papieren origineel wordt weliswaar niet vernietigd, maar de verdere verzuring ervan is onvermijdelijk en raadpleging van dat kwetsbare materiaal daarom niet wenselijk. De microfilm dient dus als vervanging van het origineel.

- Alle informatie die in het origineel te zien is, moet ook in de moederfilm en duplicaatfilm te zien zijn. - De duplicaatfilms moeten geschikt zijn als intermediair voor digitalisering.
- De gebruikersfilms moeten goed leesbaar zijn op een leesapparaat.
- De gebruikersfilms moeten reproduceerbaar zijn.

Resultaat. Van de in totaal ca. 2000 op te leveren microfilms zijn er inmiddels ruim 800 uit de periode 1814-1950 verfilmd door Karmac Microfilm Systems te Lelystad. De overige circa 1200 films van de periode 1951-1995 worden verfilmd door MicroFormat Systems in Lisse. In totaal zullen naar schatting 2.500.000 pagina’s worden verfilmd middels 1.250.000 opnames. Alle moederfilms worden geklimatiseerd opgeslagen bij MicroFormat in Lisse. De duplicaatfilms worden, nadat ze als intermediair zijn gebruikt ten dienste van digitalisering, eigendom van de Tweede Kamer en de gebruikersfilms zijn voor bezoekers toegankelijk op de Microzaal van de Koninklijke Bibliotheek.

Naar boven

Conservering

De samengestelde originele Handelingenset, bestaande uit circa 2.500.000 pagina’s wordt verpakt in zuurvrije archiefdozen en mappen. De geconserveerde set bestaat zowel uit boekbanden als losbladig materiaal. De zuurvrije dozen en mappen worden geklimatiseerd opgeslagen in een magazijn van de Koninklijke Bibliotheek.

Naar boven

Digitalisering

Aanpak. Het digitaliseringstraject wordt extern uitgevoerd door MicroFormat te Lisse. Na enige testen met betrekking tot de kwaliteit van de tekenherkenning is door de Koninklijke Bibliotheek de keuze gemaakt om te scannen vanaf 35mm microfilms (welke uit conserveringsoogpunt eveneens in dit project zijn geproduceerd). Bij het digitaliseren wordt gebruik gemaakt van een Zeutschel scanner (type OM 1200). De tekenherkenning is uitgevoerd met behulp van de software van ABBYY (FineReader, versie 6).

Doorlooptijd + fasering. Het project is opgedeeld in 4 fasen. In fase 1, uitgevoerd in 2006, zijn de meest recente vergaderjaren uit het project gedigitaliseerd en ontsloten, 1989/1990 – 1994/1995. Dit deel van het project is volgens planning uitgevoerd. Fase 2, (uitvoering in 2007) betreft de Handelingen uit twee verschillende periodes. In eerste instantie worden de vergaderjaren 1950/1951 tot en met 1929/1930 gedigitaliseerd om vervolgens de vergaderjaren 1988/1989 tot en met 1976/1977 te verwerken. In 2008 zal fase 3 worden uitgevoerd (overige vergaderjaren uit de periode 1925/1926 tot 1976/1977). Afsluitend zal het oudste materiaal worden gedigitaliseerd (1814/1815 – 1924/1925). De werkzaamheden hiervoor zijn gepland in 2009 en 2010.

Kwaliteit Digitaele bestanden worden nauwgezet gecontroleerd . De waarborging van de kwaliteit van het Handelingenmateriaal wordt door de Koninklijke Bibliotheek als belangrijk beschouwd. In de aanloop van het project is dan ook veel aandacht besteed aan het formuleren en documenteren van verschillende kwaliteitseisen aangaande het diverse beeld- en tekstmateriaal. Tijdens nauwgezette controles, welke na aanlevering van het materiaal plaatsvinden, wordt bepaald of dit materiaal voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. De eisen zijn een neerslag van de ruime ervaring die de Koninklijke Bibliotheek het laatste decennium heeft opgedaan met verschillende digitaliseringsprojecten, (zoals het Geheugen van Nederland), waarbij standaarden op het gebied van digitalisering zijn onderzocht en vastgesteld. De masterimages (TIFF formaat) hebben hierbij een sleutelrol aangezien deze voor een langere periode in het TIFF-Archief zullen worden opgeslagen. De verschillende afgeleiden bestanden (in diverse formaten zoals JPEG, XML en PDF) zullen worden gebruikt op de website. Speciaal voor de controledoeleinden heeft de Koninklijke Bibliotheek een controle applicatie laten ontwikkelen door Oracle.

Resultaat. In totaal zal het project bijna 12 miljoen bestanden omvatten, van divers formaat. Er zullen in 2010 ongeveer 2,4 miljoen pagina’s ontsloten zijn, alle Handelingen tussen 1814 en 1995. In 2007 zal de periode 1990-1995 (fase 1) online worden gebracht met bijna 330.000 pagina’s. Begin 2008 (einde fase 2) verwachten we er 550.000 pagina’s aan toe te kunnen voegen. Vanaf dan moet de omvang toenemen tot de geplande 2,4 miljoen pagina’s in 2010. Er is dan een unieke historische bron in Nederland ontsloten voor divers onderzoek naar aspecten van onze parlementaire democratie.

Naar boven

Ontsluiting

Doorzoekbaarheid

Zoeken. Alle documenten zijn full-text doorzoekbaar door het opgeven van zoektermen. Daarnaast is er een (beperkte) hoeveelheid metagegevens waarmee eveneens documenten gezocht kunnen worden. Er kan ook in combinatie op metagegevens en full-text gezocht worden.

Documenten en pagina's. Het oorspronkelijke materiaal is in afzonderlijke documenten beschikbaar in PDF-formaat. Iedere vergadering is in een afzonderlijk document opgenomen (kamerverslagen of Handelingen genoemd). Bij de Kamerstukken is ieder stuk in een afzonderlijk document opgenomen (dat wil zeggen ieder stuk met een eigen hoofdnummer en ondernummer). Ten slotte is iedere Kamervraag (Aanhangsel) in een afzonderlijk document opgenomen. 

Alle pagina's uit de documenten zijn tevens afzonderlijk beschikbaar in de vorm van JPEG-bestanden en tekstbestanden.  

Het komt bij Kamerstukken regelmatig voor dat in de oorspronkelijke tekst meerdere kamerstuknummers en/of ondernummers staan. Het betreft dan één tekst die onder meerdere nummers bekend is. In Staten-Generaal digitaal wordt ieder nummer als afzonderlijk document beschouwd. Dat wil zeggen dat voor ieder van deze documenten afzonderlijke metagegevens zijn opgenomen en dat ze afzonderlijk op de website zijn terug te vinden.

Tekstontsluiting. Er wordt naar gestreefd de doorzoekbaarheid van de documenten zo goed mogelijk te maken. Door de grote omvang van het materiaal zullen veel zoekvragen naar verwachting tot grote hoeveelheden zoekresultaten leiden. Dit maakt het voor website-bezoekers lastiger te vinden wat ze zoeken. Daarnaast speelt bij oudere documenten een rol dat de vroegere spelling afwijkt van de moderne.

Daarom wordt onderzocht hoe de teksten verder kunnen worden ontsloten. De resultaten hiervan zullen in de volgende versie van de website worden toegepast. Momenteel wordt onderzocht welke technieken bruikbaar zijn:
- het gebruik van synoniemenlijsten.
- het gebruik van een thesaurus. Daarbij wordt geëxperimenteerd met automatische-classificatiesoftware, die geautomatiseerd bepaalt welke begrippen uit de thesaurus van toepassing zijn op een tekst.
- verrijking van oudere teksten met moderne spellingsvarianten, zodat gebruikers in moderne spelling kunnen zoeken en ook oudere teksten kunnen vinden.
- named entity recognition, waarmee bijvoorbeeld sprekers in de tekst (geautomatiseerd) te herkend kunnen worden. Dit maakt het mogelijk om een bepaalde spreker in de documenten te zoeken.
- (geautomatiseerd) maken van samenvattingen van de documenten. Daarmee kan de gebruiker sneller inschatten of een document interessant is.

Paginanummering. Bij een deel van de documenten zijn de paginanummers uit het oorspronkelijke document als metagegevens opgenomen. Dit is gedaan voor alle documenten waar registers voor gepubliceerd zijn. Daardoor is het onder meer mogelijk om te zoeken op paginanummers waar de registers naar verwijzen.

Het komt een enkele keer voor dat de tekst in de oorspronkelijke documenten doorloopt over twee pagina's. Dit betreft vooral tabellen die over twee pagina's zijn gedrukt. In Staten-Generaal digitaal zijn deze pagina's als één pagina gedigitaliseerd, om de leesbaarheid te vergroten.

Registers. In de toekomst zullen op de website ook registers beschikbaar komen. In de periode 1814-1979 zijn er registers op de Handelingen der Staten-Generaal verschenen. Het betreft onder meer registers op personen, registers op namen en lijsten van verzoekschriften. Deze registers zullen om te beginnen op dezelfde manier worden gedigitaliseerd als de overige documenten. Dat betekent dat de registers te raadplegen zijn zoals ze zijn uitgegeven, per vergaderperiode. Uiteindelijk zal er op de website een geïntegreerd register worden aangeboden, waarin alle registers uit de periode 1814-1995 geïntegreerd zijn. Via hyperlinks kunnen vanuit dit register direct de documenten worden opgevraagd waar het register naar verwijst.

In de huidige versie van de website zijn nog geen registers beschikbaar, omdat er in de periode 1989-1995 geen registers zijn verschenen.

Drempelvrij. Bij het ontwikkelen van deze website is geprobeerd om hem zoveel mogelijk drempelvrij te maken. Door de aard van het materiaal is het niet mogelijk om de hele website drempelvrij te maken.
- de pagina's worden in de vorm van jpeg-bestanden gepresenteerd, met "achter" ieder image de tekst van de pagina. Dit is conform de richtlijnen voor drempelvrije websites. Daarnaast is iedere pagina afzonderlijk in tekstvorm op te vragen.
- iedere pagina is, zoals gezegd, in tekstvorm beschikbaar. Dit is tekst zonder opmaak. Dat betekent dat tabellen niet netjes in tabelvorm worden gepresenteerd en moeilijk te lezen zullen zijn.
- een enkele keer komen er stukken niet-Nederlandse tekst voor. Deze taalovergangen worden niet in de tekst aangegeven.
- na een zoekactie worden pagina's in de vorm van jpeg-bestanden gepresenteerd. Daarin worden de gezochte woorden met kleuren gemarkeerd. Deze markering wordt niet op een andere manier weergegeven.

Technische informatie

Zoekmachine. De documenten zijn geïndexeerd met de K2-zoekmachine van Verity. Er zijn twee indexen: één voor de metagegevens en één voor de full-text. De index voor metagegevens is aangevuld met een parametrische index, die wordt gebruikt om op de website zoekvragen te kunnen verfijnen. De indexen zijn case-insensitive en accent-insensitive.

Persistente URL's. De bestanden die op de website getoond worden, zijn via persistente URL's op te vragen. Dat wil zeggen dat de URL niet verandert als de fysieke opslagplaats van het bestand wijzigt. Voor deze persistente URL's wordt gebruik gemaakt van een resolver, die iedere URL vertaalt naar de fysieke bestandslocatie en het opgevraagde bestand teruglevert.

Highlighting. Op deze website worden de zoekwoorden gehighlight. Dit wordt gedaan door gekleurde markeringen in de jpeg-bestanden met afbeeldingen van de pagina. Deze functionaliteit is door de Koninklijke Bibliotheek ontwikkeld. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van woordcoördinaten. Tijdens het OCR-proces is van ieder woord opgenomen op welke plaats het woord op de pagina staat (d.w.z. de plaats van de "rechthoek" van het woord op de jpeg-image van de pagina). Met behulp van deze woordcoördinaten wordt voor het highlighten een nieuwe jpeg-image gecreëerd waarin zoekwoorden worden gemarkeerd met kleuren. Het gehighlighte jpeg-bestand wordt aan de gebruiker getoond. Het wordt enige tijd in een cache bewaard, zodat de gehighlighte pagina opnieuw kan worden gebruikt als hij binnen korte tijd opnieuw wordt opgevraagd.

Programmeren. Deze website is in de programmeertaal Java geprogrammeerd. Aan de client-side is gebruik gemaakt van Javascript. Voor de transformatie van de XML-zoekresultaten wordt gebruik gemaakt van XSLT.

Duurzame opslag. De masterbestanden van Staten-Generaal digitaal worden duurzaam opgeslagen. Dat wil zeggen dat ze zodanig worden bewaard dat ze op lange termijn kunnen worden hergebruikt, ook als in de toekomst computertechniek en bestandsformaten veranderen. De Koninklijke Bibliotheek heeft voor duurzame opslag van digitaal materiaal een speciaal opslagsysteem ontwikkeld, het e-Depot. Voor Staten-Generaal digitaal worden bij het digitaliseren master TIFF-bestanden gemaakt van iedere pagina uit de oorspronkelijke documenten. Van deze masterbestanden worden afgeleiden gemaakt (JPEG-bestanden, fulltext-bestanden, PDF-bestanden) die op de website worden gepresenteerd. De masterbestanden worden in het e-Depot opgeslagen, zodat er in de toekomst eventueel nieuwe afgeleide bestanden kunnen worden gemaakt. Ieder TIFF-bestand gaat vergezeld van een XML-bestand met technische metagegevens. Hierin is technische informatie opgenomen over de manier waarop het TIFF-bestand is vervaardigd, volgens de Z3987 standaard. Dit type metagegevens is van belang om duurzame opslag van images te kunnen realiseren. Ook de technische metagegevens worden in het e-Depot opgenomen.

Standaarden. Bij het ontwikkelen van de website en in de achterliggende infrastructuur wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van algemene, open standaarden. Hierbij wordt aangesloten bij de standaarden die door de Koninklijke Bibliotheek worden gebruikt.

1. Dublin Core
Dit is een standaard voor het beschrijven van resources, zoals documenten en boeken. Deze standaard bestaat uit een aantal metagegevens en een bijbehorend standaard XML-formaat. Meer informatie: http://dublincore.org/. De metagegevens van Staten-Generaal digitaal zijn zoveel mogelijk in Dublin Core-formaat opgenomen. Voor specifieke metagegevens is niet altijd een Dublin Core-metagegeven beschikbaar. Voor die gevallen zijn metagegevens gedefinieerd die specifiek zijn voor het materiaal van Staten-Generaal digitaal.

2. SRU
De webapplicatie benadert voor zoekvragen niet rechtstreeks de Verity-zoekmachine, maar gebruikt daarvoor SRU (Search/Retrieve via URL). Dit is een standaardprotocol, waarmee queries op een gestandaardiseerde manier in URLs worden opgenomen, http://www.loc.gov/standards/sru/.

3. MPEG21-DIDL
De documenten zijn in verschillende bestandstypen gedigitaliseerd. Voor ieder document is een PDF-bestand beschikbaar en een XML-bestand met metagegevens. Voor de afzonderlijke pagina's zijn TIFF-masterbestanden gemaakt. Op de website worden niet de TIFF-bestanden getoond, maar afgeleide JPEG-bestanden en XML-bestanden met de geOCRde fulltext. De onderlinge samenhang tussen de verschillende bestandstypen is vastgelegd in MPEG21-DIDL. Dit is een standaard XML-formaat, waarmee de structuur van digitale objecten kan worden vastgelegd. Binnen het project Staten-Generaal digitaal wordt deze standaard gebruikt om de structuur van ieder document vast te leggen, dat wil zeggen welke pagina's er bij het document horen en welke bestanden er bijhoren.

4. Z39.87
Deze NISO-standaard wordt gebruikt voor technische metagegevens over digitale images. Bij Staten-Generaal digitaal wordt deze standaard gebruikt voor de technische metagegevens van de master TIFF-bestanden. Voor ieder TIFF-bestand is een bijbehorend XML-bestand met technische metagegevens, met technische informatie over de image en over de manier waarop die is vervaardigd. De Z39.87-standaard wordt beschreven in http://www.niso.org/standards/resources/Z39_87_trial_use.pdf. Voor deze standaard is het MIX-formaatontwikkeld. Dit is een XML-formaat dat bij Staten-Generaal digitaal wordt gebruikt.

Metagegevens. Ieder document is van een aantal metagegevens voorzien. Deze fungeren op de website als zoekcriteria om documenten te kunnen vinden. Een deel van de metagegevens geldt voor ieder document. Een ander deel van de metagegevens is per soort document verschillend.

De volgende metagegevens gelden voor ieder document:
- het soort document (documenttype). Dit kan zijn Handelingen, Kamerstuk of Aanhangsel. In de toekomst zullen hier de documenttypen Register en Naamlijst aan worden toegevoegd.
- de Kamer. Dit kan zijn Eerste Kamer, Tweede Kamer, Verenigde Vergadering of Tweede Kamer OCV / UCV. In de toekomst zullen hier nog meer mogelijkheden worden toegevoegd, die van toepassing zijn op documenten uit eerdere perioden.
- het vergaderjaar. Dit bestaat over het algemeen uit twee jaartallen, bijvoorbeeld 1990-1991.
- ten slotte heeft ieder document een aantal metagegevens die niet als zoekcriterium worden gebruikt: de rechten (die liggen bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal), een identifier, een beschrijving en het aantal pagina's in het document.

Voor documenten van het type Handeling gelden de volgende metagegevens:
- de datum. Dit betreft de datum waarop de vergadering is gehouden.
- de paginanummers. Dit betreft de paginanummers uit het originele document.
- sprekers. Dit betreft de personen die tijdens een vergadering aan het woord zijn geweest. Dit metagegeven zal pas in een volgende fase aan de metagegevens worden toegevoegd.
- kamerstukken. Dit betreft de kamerstukken die in een vergadering genoemd worden. Dit metagegeven zal pas in een volgende fase aan de metagegevens worden toegevoegd.

Voor documenten van het type Kamerstuk gelden de volgende metagegevens:
- kamerstuknummer. Dit betreft het hoofdnummer van het document zoals dat in het oorspronkelijke document is vermeld.
- ondernummer. Dit betreft het ondernummer van het document zoals dat in het oorspronkelijke document is vermeld.
- rijkswetnummer. Sommige Kamerstukken bevatten een rijkswet, die van een afzonderlijk nummer zijn voorzien.
- titel. Dit betreft de titel zoals die bovenaan het oorspronkelijke document staat.

Voor documenten van het type Aanhangsel gelden de volgende metagegevens:
- nummer aanhangsel. Dit betreft het aanhangselnummer zoals dat in het oorspronkelijke document is vermeld.
- onderwerp. Dit betreft de kamervraag die in het Aanhangsel aan de orde is.
- vraagsteller. Dit betreft de persoon die de kamervraag gesteld heeft. Er kunnen meerdere vraagstellers bij één Aanhangsel voorkomen.
- datum vraag. Dit betreft de datum waarop de kamervraag is gesteld.
- beantwoorder. Dit betreft de persoon die de kamervraag heeft beantwoord. Er kunnen meerdere beantwoorders bij één Aanhangsel voorkomen.
- datum antwoord. Dit betreft de datum waarop de kamervraag is beantwoord.
- de paginanummers. Dit betreft de paginanummers uit het originele document.

Naar boven

Over de Handelingen

Inhoudsopgave

Totstandkoming van de Handelingen der Staten-Generaal

Openbaarheid en kort verslag. In de grondwet van 1815 was opgenomen dat de zittingen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in het openbaar zouden worden gehouden. In dit kader belastte de Regering een redacteur van de Staatscourant met het opstellen van een “kort bericht” over de Handelingen van de Tweede Kamer. Dit “kort bericht” werd in de Staatscourant gepubliceerd. De verslaggevers van de Staatscourant moesten zich daarbij steeds houden aan de voorschriften van de Regering: vóór publicatie moest dit verslag door de minister van Binnenlandse Zaken worden goedgekeurd. Dit was niet bevorderlijk voor de snelheid waarmee de verslagen in de openbaarheid verschenen, terwijl de berichtgeving over de Handelingen in omvang steeds toenam. 

Volledig verslag. In juli 1847 droeg de conservatieve minister van Binnenlandse Zaken L.N. van Randwijck aan de verslaggevers op een volledig verslag van de zittingen te maken, te beginnen met de zitting van 1847-1848. Om het publiek meer inzicht te geven in het reilen en zeilen van het parlement dienden voortaan ook de vergaderstukken van de Staten-Generaal te worden gepubliceerd. Deze verslagen der Handelingen en ook de tussen de Regering en Staten-Generaal gewisselde stukken werden vanaf 17 oktober 1847 opgenomen in een “Bijblad tot de Staatscourant”.

Ondertussen was het Nederlandse parlement, na de grondwetsherziening van 1848, steeds belangrijker geworden. Door de invoering ministeriële eindverantwoordelijkheid had het parlement voortaan het laatste woord in alle belangrijke staatsaangelegenheden. Hierdoor groeide de behoefte aan nauwkeurigheid, snelle publicatie en verspreiding van de parlementaire Handelingen. Maar door de juist ingevoerde volledige verslagen begon de publicatie steeds grotere vertraging op te lopen. Al in 1849 drong het liberale kamerlid A. J. Duymaer van Twist aan op spoed en volledigheid bij het uitbrengen van het verslag der Handelingen. De Commissie die belast was met het ontwerp van het Reglement van Orde bracht in datzelfde jaar een rapport uit over de “snelschrijverij”.

De Stenografische Inrichting in 1949 Stenografische Inrichting. Al snel volgde de minister van Binnenlandse Zaken, J.M. de Kempenaer (conservatief-liberaal), met een wetsontwerp in dat voorzag in de instelling van een “Stenografische Inrichting”. Het voorstel werd op 24 september 1849 bekrachtigd (Staatsblad 47) en de stenografie werd in 1849 bij de Staten-Generaal ingevoerd onder leiding van H.L. Tétar van Elven. Bij de begrotingsbehandeling in 1850 werd de zorg voor de openbaarmaking van de Handelingen door de Regering officieel aan de Staten-Generaal overgedragen. In 1854 kwam de Stenografische Inrichting tot stand, die later de Stenografische Dienst zou heten en sinds 2004 de Dienst Verslag en Redactie.

In de zitting 1849-1850 kwam het ‘Reglement van de openbaarmaking van het verhandelde in beide Kamers der Staten-Generaal, door middel van de stenografie’ tot stand. Dit reglement bepaalde onder andere de termijn waarin leden en bewindslieden hun redevoeringen konden nakijken. Redevoeringen waarvan de reactie niet op tijd was ontvangen, zouden volgens het originele opgestelde stenogram in het verslag verschijnen. Het voor de Stenografische Inrichting niet gemakkelijk om kamerleden en ministers zover te krijgen dat ze zich aan deze voorschriften hielden; regelmatig waren er problemen. Thorbecke bijvoorbeeld gaf hij zijn redevoeringen vaak te laat en soms helemaal niet terug. Op de plaats waar de tekst van de rede had moeten staan stond dan het bericht: “Deze rede zal later worden medegedeeld”.

Gereconstrueerde handelingen. In 1857 werd besloten om met terugwerkende kracht de (gereconstrueerde) Handelingen van 1814 tot 1847-1848 uit te geven. Deze werden samengesteld uit notulen, verslagen van de Staatscourant, oude kranten en nagelaten dossiers van ministers en kamerleden.

Literatuur

Bonenkamp, B.J. (1999) Zwijgend medewerker en aandachtig luisteraar. 150 jaar Stenografische Dienst der Staten-Generaal ('s-Gravenhage: Sdu Uitgevers)
Cramer, N. (1975) Wandelingen door de Handelingen ('s-Gravenhage: Staatsuitgeverij)
Raalte, E. van (1977) Het nederlandse parlement ('s-Gravenhage: Staatsuitgeverij)

Naar boven

Handelingen

Er worden binnen het materiaal van de Handelingen een drie typen stukken onderscheiden: Handelingen, Kamerstukken en Aanhangsels.

Handelingen of Kamerverslagen (officieel: “Handelingen der Staten-Generaal”) zijn de woordelijke verslagen van alles wat er in de vergaderingen van de Eerste Kamer, de Tweede Kamer en de Verenigde Vergadering is besproken. Ook de verslagen van de Openbare Commissie Vergaderingen (OCV’s, gehouden van 1962 t/m 1980)  en van de Uitgebreide Commissie Vergaderingen (UCV’s, gehouden van 1980 t/m 1994) zijn in de Handelingen opgenomen.

Niet elk woord dat de stenografen tijdens een Kamerdebat optekenen, komt in de Handelingen terecht. Taal- en stijlfouten worden onder andere verbeterd, zij het met als uitgangspunt dat de beraadslagingen woordgetrouw en in de stijl van de spreker worden weergegeven. Daarmee zijn de Handelingen geen letterlijke weergave van alles wat er wordt gezegd. Kamerleden en bewindslieden hebben nog steeds het recht om het uitgewerkte verslag van hun redevoering te corrigeren. Dit kan natuurlijk wel eens tot problemen leiden, vooral wanneer achteraf politiek inhoudelijke informatie werd aangepast of toegevoegd. De verslagen van Eerste en Tweede Kamer worden apart gepubliceerd, per vergaderjaar (zitting) doorlopend genummerd en gepagineerd

Naar boven

Kamerstukken

Kamerstukken of Bijlagen (officieel: “Bijlagen bij de Handelingen”) zijn de schriftelijk uitgewisselde stukken tussen de Regering en het parlement. Er wordt soms ook over “witte stukken” of gewoon “gedrukte stukken” gesproken.

Alle Kamerstukken die betrekking hebben op hetzelfde ondernummer krijgen een kamerstuknummer, het zogenaamde hoofd- of vetnummer. Sinds het vergaderjaar 1946-1947 blijven kamerstuk(hoofd)nummers gedurende de periode dat ze behandeld worden ongewijzigd. De behandeling van een Kamerstuk kan meerdere jaren in beslag nemen. Daardoor kunnen de vervolg- of ondernummers over meerdere jaren verspreid zijn. Voor het zittingsjaar 1946-1947 kregen Kamerstukken per vergaderjaar een nieuwe nummering toegekend. Alle stukken die bij een bepaald hoofdnummer horen krijgen een vervolg- of ondernummer.

Ook rijksbegroting is opgenomen bij de Kamerstukken. Wanneer de rijksbegroting verschijnt, wordt daar een kamerstuknummer aan toegekend dat op 00 eindigt. Hierdoor kan het voorkomen dat er kamerstuknummers zijn overgeslagen aan het eind van een vergaderjaar. De verschillende onderwerpen van de rijksbegroting worden onderscheiden door er een extra hoofdstuknummer aan toe te kennen in de vorm van letters of Romeinse cijfers (bijvoorbeeld: Kamerstuk 22800 XVI).In de jaren voor 1946-1947 heeft de rijksbegroting elk jaar het kamerstuknummer 2. Een Kamerstuk kan voorzien zijn van een extra Rijkswetnummer (bijvoorbeeld R 1275). Dit betekent dat het stuk geldt voor het gehele Koninkrijk, dus ook voor de Antillen; zo’n moet dan door de volksvertegenwoordiging van zowel Nederland als de Nederlandse Antillen en Aruba worden goedgekeurdBij Kamerstukken horen soms nog bijlagen die ter inzage zijn gelegd, maar niet als Bijlagen zijn gepubliceerd. Deze stukken zijn in dit project niet opgenomen.

Naar boven

Aanhangsels

Aanhangsels of Kamervragen (officieel: “Aanhangsels van de Handelingen”) zijn de schriftelijke vragen van Kamerleden van de Eerste of Tweede Kamer en de bijbehorende antwoorden van de minister of staatssecretaris. Aanhangsels worden per vergaderjaar oplopend genummerd; ieder vergaderjaar start met nummer 1. Dit geldt zowel voor de Eerste als voor de Tweede Kamer.De eerste Aanhangsels verschenen in de Handelingen van de Tweede Kamer van het zittingsjaar 1906-1907. De Aanhangsels aan de Handelingen van de Eerste Kamer volgden in het zittingsjaar 1918-1919.

Mondelinge vragen en antwoorden die aan de orde zijn gekomen tijdens het vragenuurtje worden in de regel opgenomen in de Kamerverslagen, hoewel ze in de vroegste Aanhangsels ook voorkomen. Een Kamervraag moet binnen een bepaalde tijd worden beantwoord. Lukt het de minister of staatssecretaris niet de vraag binnen de daarvoor gestelde termijn te beantwoorden, dan volgt vaak eerst een mededeling. Het antwoord op de vraag komt dan later. Vraag en antwoord krijgen in dit geval een nieuw Aanhangselnummer.

Naar boven

Kaarten, foto's en tabellen

De Handelingen van de Staten-Generaal bestaan niet alleen uit grote hoeveelheden tekst, maar ook uit kaarten, foto’s, tabellen, tekeningen en grafieken. De meeste hiervan zijn te vinden bij de Kamerstukken, maar soms komen ze ook in de Handelingen (Kamerverslagen) voor. Een voorbeeld van een tabel in de Handelingen van de Tweede Kamer is te vinden in het verslag van 13 maart 1856 uit het vergaderjaar 1855-1856. Het betreft een tabel over “katoenen en koffijzakken geleverd door de maatschappij van weldadigheid”, dat diende om het debat van die dag te ondersteunen. Behalve inhoudelijke informatie laten de kaarten, foto’s, tabellen, tekeningen en grafieken ook zien hoe de Handelingen in de loop der tijden veranderd zijn, bijvoorbeeld qua opzet, vorm en druktechniek.

In de eerste periode vanaf 1814 worden hoofdzakelijk tabellen afgedrukt. Grafieken verschijnen sporadisch vanaf het vergaderjaar 1875-1876. Naast de oorspronkelijke druktechniek in zwart/wit neemt langzaam maar zeker het gebruik van kleur toe.

De eerste technische tekeningen en kaarten in de Handelingen verschijnen in het vergaderjaar 1878-1879. Technische tekeningen kunnen uiteenlopen van plattegronden voor nieuwe gebouwen tot doorsneden van rivieren. Kaarten geven - meestal in kleur - inzicht in zaken als de veranderende rijks-, provincie- en gemeentegrenzen, de realisatie van ruimtelijke ordeningsplannen en de ontwikkeling van de verkeersinfrastructuur.

In het vergaderjaar 1928-1929 doet de fotografie haar intrede in de Kamerstukken. Gebeurtenissen in de verschillende Nederlandse koloniën vormen aanvankelijk het belangrijkste onderwerp. De overgang van zwart-witfotografie naar foto’s in kleur laat lang op zich wachten, maar is evengoed terug te vinden in de Handelingen.

Vanaf de jaren ‘90 worden steeds vaker tekeningen in kleur toegevoegd aan de Kamerstukken. Meestal betreft het afbeeldingen met een puur decoratieve functie. Het aantal tabellen in de Handelingen is dan al sterk afgenomen, zeker in vergelijking met de negentiende eeuw. In mindere mate geldt dit ook voor het aantal kaarten en grafieken.Voor het project hebben veel kaarten, tabellen, tekeningen en grafieken voor extra problemen gezorgd. Dat komt omdat zij vaak zijn gedrukt op een formaat dat afwijkt van de normale bladen van de Handelingen. De grote bladen zijn meestal opgevouwen. Om problemen bij het verfilmen en digitaliseren te voorkomen zijn al deze “uitvouwbladen” uit de banden gehaald en apart verwerkt. Met behulp van een database zijn de uitvouwbladen na digitalisering op de juiste plek teruggeplaatst.

Naar boven

Lijken

Tot 2001 konden op last van de Kamervoorzitter woorden worden geschrapt uit de verslagen van de plenaire vergaderingen. Deze geschrapte woorden – soms hele passages - staan bekend als “lijken”.

Een voorbeeld van een dergelijke geschrapte passage is een deel van een debat over de Antillen uit juni 1985, waarin Kamerlid H. Janmaat (Centrum Democraten) een vergelijking trekt tussen de Antillen en Zuid-Afrika:

Janmaat (CD): ‘En dan Aruba. Men moet een status aparte hebben. Nu had je gedacht dat apartheid in Nederland geen enkele grond van waardering vindt. Maar mis! Het gaat dit keer uiteindelijk niet om Zuid-Afrika.’

De Voorzitter: ‘Wilt u deze onsmakelijke vergelijking intrekken!’
Janmaat: ‘Daar zie ik geen reden toe meneer de Voorzitter!’
De Voorzitter: ‘Maar ik wel!’
Janmaat: ‘Dan moet u haar schrappen.’
De Voorzitter: ‘Juist. Deze vergelijking wordt geschrapt.’

(Uit: Bootsma, P. en Hoetink, C. (2006) Over lijken. Ontoelaatbaar taalgebruik in de Tweede Kamer (Amsterdam: Boom), blz. 158)

Het recht om te schrappen dateert uit 1934. In dat jaar werd een ‘schrapbepaling’ toegevoegd aan het Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Dankzij de schrapbepaling beschikte de Kamervoorzitter over de bevoegdheid om op eigen gezag uitspraken van de leden als ontoelaatbaar te kwalificeren en uit de Handelingen te weren. Tussen de jaren 1939 en 1983 kende het Reglement van Orde van de Eerste Kamer een soortgelijke bepaling. Sinds 1993 maken de Tweede Kamervoorzitters geen gebruik meer van hun schrapbevoegdheid: dankzij de opkomst van radio en televisie kon niet langer worden voorkomen dat bepaalde fragmenten uit de vergaderingen het grote publiek bereikten.

Vanaf de inwerkingtreding van de schrapbepaling, werden de lijken genoteerd en opgeborgen in een apart archief. Aan het eind van de jaren veertig van de twintigste eeuw werd het gebruikelijk een schrapping in de Handelingen van de Tweede Kamer aan te geven met zinsneden als “In/na de voorgaande zin is een door de Voorzitter ontoelaatbaar geoordeeld woord/gedeelte teruggenomen.” of “In/na de voorgaande zin is (zijn) op last van de voorzitter een (enige) door hem toelaatbare geoordeeld(e) woord(en) niet opgenomen.”

Naar boven

Eerste en Tweede Kamer

Inhoudsopgave

Tweede Kamer der Staten-Generaal

De Tweede Kamer vormt samen met de Eerste Kamer het Nederlandse parlement. De Tweede Kamer bestaat uit 150 leden en wordt elke vier jaar rechtstreeks door de bevolking gekozen. Zij heeft drie hoofdtaken:

- controleren van het regeringsbeleid
- vertegenwoordigen van de bevolking
- met de regering wetten maken.

Op dinsdag, woensdag en donderdag vergaderen de leden van de Tweede Kamer in de plenaire zaal. Daar kunnen zij met een minister en/of staatssecretaris in debat gaan, vragen stellen of stemmen over wetsvoorstellen. De voorzitter opent de vergadering als meer dan de helft plus één van de voltallige Kamer aanwezig is (het quorum). Als er minder dan 76 kamerleden aanwezig zijn is er sprake van een bijeenkomst. Er kan dan wel vergaderd worden, maar niet worden gestemd.

Naast de vergaderingen in de plenaire zaal overleggen Kamerleden ook in commissies met de minister en/of staatssecretaris van een departement.  In bepaalde perioden van het jaar vinden geen vergaderingen plaats. De Tweede Kamer is dan met reces.

De Tweede Kamer heeft het recht van amendement (de bevoegdheid wijzigingen aan te brengen in een wetsvoorstel), het recht van initiatief (het recht om zelf wetsvoorstellen in te dienen), het recht van interpellatie (het recht om mondeling inlichtingen te vragen aan de regering in de vorm van een debat), het recht van enquête (het instellen van een onderzoek) en het budgetrecht (het recht om de staatsinkomsten en –uitgaven te beoordelen en goed of af te keuren). Ieder Kamerlid kan bovendien een motie indienen, bijvoorbeeld om te vragen om een verandering van beleid. Over een motie moet eerst gestemd worden, voordat deze politieke betekenis heeft. Een minister is niet verplicht een motie uit te voeren en kan deze naast zich neerleggen.

De behandelde wetsvoorstellen worden, indien zij door de Tweede Kamer zijn aangenomen, naar de Eerste Kamer gezonden voor verdere behandeling.

Naar boven

Eerste Kamer der Staten-Generaal

De Eerste Kamer vormt samen met de Tweede Kamer het Nederlandse parlement. De Eerste Kamer bestaat uit 75 leden en wordt sinds 1848 door de Provinciale Staten gekozen. Sinds de grondwetsherziening van 1983 is dat om de vier jaar.

Hoofdtaak van de Eerste Kamer is het controleren en goedkeuren van wetsvoorstellen die door de regering en de Tweede Kamer worden opgesteld. Elk wetsvoorstel wordt na goedkeuring door de Tweede Kamer naar de Eerste Kamer gezonden, waar het na schriftelijke voorbereiding plenair wordt behandeld. Na  debat wordt er over het wetsvoorstel gestemd.De Eerste Kamer kan alleen wetsvoorstellen aannemen of verwerpen. Zij heeft geen recht van amendement (het recht om wetsvoorstellen te wijzigen). Wel kan de Eerste Kamer aan de regering vragen om met een novelle te komen.

Wat betreft het vragenrecht kan de Eerste Kamer, in tegenstelling tot de Tweede Kamer, geen mondelinge vragen stellen over onderwerpen die geen betrekking hebben op wetsvoorstellen. Zij kan dat alleen schriftelijk doen.

De Eerste Kamer vergadert over het algemeen op dinsdag. In bepaalde perioden van het jaar vinden er geen vergaderingen plaats. De Eerste Kamer is dan met reces.

Naar boven

Verenigde Vergadering

De Ridderzaal
De Verenigde Vergadering komt bijeen in de Ridderzaal
Een vergadering van Eerste en Tweede Kamer samen wordt Verenigde Vergadering genoemd en wordt geleid door de voorzitter van de Eerste Kamer.

De Verenigde Vergadering komt onder andere bijeen bij de plechtige beëdiging en inhuldiging van de Koning(in), op Prinsjesdag en bij de behandeling van wetsvoorstellen tot benoeming van een regent of in verband met de verlening van toestemming aan het huwelijk van een mogelijke troonopvolger. In de Grondwet is opgenomen in welke gevallen het beleggen van een Verenigde Vergadering verplicht is.

Naar boven

Ledental Eerste en Tweede Kamer

Het ledenaantal van de Eerste en de Tweede Kamer is in de periode 1814 – 1995 regelmatig veranderd. Gedurende deze 181 jaar is het ledental van zowel Eerste als Tweede Kamer geleidelijk toegenomen. Dit heeft vooral te maken met de toenemende complexiteit van het politieke werk en de geleidelijke verbreding van het takenpakket van de overheid, en dus het parlement. Het aantal dossiers is fors toegenomen en daarmee waren in beide Kamers meer specialismen en menskracht gewenst.

De Grondwet van de Vereenigde Nederlanden van 1814 kent een eenkamerstelsel. Na de aansluiting van de Zuidelijke Nederlanden (het latere België) in 1815 wordt op aandringen van de Zuidelijke adel een tweekamerstelsel ingesteld. Van 2 mei 1814 tot 8 augustus 1815 habben 55 leden zitting in de Staten-Generaal; daarna is de Staten-Generaal tien dagen in “dubbele getale” bijeengekomen, ter voorbereiding en behandeling van de grondwetsherziening betreffende het samengaan met de Zuidelijke Nederlanden. Na de samenvoeging is het ledental van de Tweede Kamer permanent verdubbeld tot 110. Het aantal leden van de Eerste Kamer varieerde van veertig tot zestig afhankelijk van de behoefte van de Koning. Na de onafhankelijkheid van België in 1830 werd het aantal leden van beide Kamers weer gehalveerd. In de decennia daarna groeide het aantal zetels weer. In 1840 kwamen er 3 extra zetels voor de afgevaardigden uit Limburg en in 1849 werd het aantal zetels in de Tweede Kamer vastgesteld op 68. Dit getal was gekoppeld aan het aantal inwoners in Nederland en groeide tot de volgende Grondwetsherziening tot 86.

In 1848, na de democratische hervormingen die onder meer leidden tot directe verkiezing van de Tweede Kamer, het recht van amendement en de vrijheid van vergadering, bleef de Eerste Kamer gehandhaafd. Wel zou zij voortaan gekozen worden. Niet rechtstreeks, zoals de Grondwetscommissie had gewild, maar indirect, door de leden van Provinciale Staten, uit de hoogstaangeslagenen in de directe belastingen. Het aantal leden werd bepaald op 39, een bepaald aantal uit elk gewest.

Veertig jaar later, bij de volgende Grondwetsherziening (1887) werd het ledental van de Eerste Kamer vastgesteld op 50, dat van de Tweede Kamer op 100. De laatste wijziging in het aantal kamerleden was in 1956: toen werd besloten het ledental van de Eerste Kamer uit te breiden tot 75, en dat van de Tweede Kamer tot 150. Er moet een bepaald aantal leden in de Kamer aanwezig zijn (het quorum) alvorens met een vergadering gestart kan worden. Is dit niet het geval, dan is er sprake van een bijeenkomst.In het verleden werden er regelmatig vergaderingen in comité-generaal gehouden. Dat wil zeggen dat er vergaderd werd achter gesloten deuren.

Naar boven

Vergaderjaar (zitting)

Het vergaderjaar begint, zowel voor de Eerste als Tweede Kamer op Prinsjesdag, de derde dinsdag van september. Op deze dag wordt het vergaderjaar  (voor 1982-1983 altijd “Zitting” genoemd) officieel geopend door het staatshoofd in de Verenigde Vergadering. Met de door het staatshoofd uitgesproken troonrede kan de regering aan het begin van het nieuwe parlementaire vergaderjaar haar plannen aan volksvertegenwoordigers en burgers presenteren.

Het koffertje van de Minister van Financien: wat zit er in voor het komende jaar?
De eerste “Prinsjesdag” vond plaats in 1814,  op de derde maandag in oktober. Na de grondwetswijziging van 1848 wordt dit tijdstip met een maand vervroegd om de begroting te kunnen vaststellen. In 1887 werd de maandag door de dinsdag vervangen. Vanaf 1904 vindt de opening van het vergaderjaar plaats in de Ridderzaal.

Tot 1983 kent de Staten-Generaal gewone en buitengewone zittingen. De gewone zitting begint in het najaar, op Prinsjesdag. Bij verkiezingen wordt de gewone zitting gesloten en enige tijd daarna wordt een buitengewone zitting geopend. Een zitting van de Staten-Generaal wordt in de regel door de Koning(in) geopend in een Verenigde Vergadering van beide Kamers. Sluiting van de zitting geschiedt veelal namens de Koning(in) door de minister van Binnenlandse Zaken. Gezien de geringe betekenis van het ritueel van sluiten van het vergaderjaar is dit bij de Grondwetswijziging van 1983 afgeschaft.

Naar boven

Historische achtergronden:

Van Republiek naar Koninkrijk

De geschiedenis van het huidige Nederlandse staatsbestel begon in 1794. In dat jaar verdreef het revolutionaire Frankrijk de regerende stadhouder Willem V, waarmee een einde kwam aan de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. In 1795 werd Nederland onder de naam “Bataafse Republiek” hervormd naar Frans model.

Dit bleek niet gemakkelijk. In 1796 werd een Nationale Vergadering opgericht die twee jaar later als gevolg van een staatsgreep weer werd afgezet. Nederlandse revolutionairen probeerden hierop de Bataafse Republiek radicaal te democratiseren door een tweekamerstelsel in te voeren: één kamer zou bevoegd zijn de wetten op stellen, de andere kamer zou de macht krijgen om de wetten te bekrachtigen. In 1801 werd deze democratisering met behulp van de Fransen weer ongedaan gemaakt. Onder Frans bewind volgden meerdere varianten van autoritair bestuur elkaar op totdat vanaf 1813 de macht van de Franse Keizer Napoleon Bonaparte begon af te brokkelen. Met steun van grootmachten Groot-Brittannië en Pruisen keerde Willem VI, zoon van Willem V, in 1814 terug naar Nederland waar hij tot koning Willem I werd uitgeroepen. Teneinde eventuele revolutionaire krachten in bedwang te kunnen houden kreeg de nieuwe koning vrijwel absolute macht.

Koning Willem I
Koning Willem I
De macht van Willem I werd van begin af aan betwist. In 1814 werd een grondwet opgesteld waarin de macht aan de koning en de Staten-Generaal werd toebedeeld. Een jaar later werd België aan het Koninkrijk der Nederlanden toegevoegd. Op verzoek van de Belgen werden de Staten-Generaal weer opgesplitst in een tweekamerstelsel. Dit stelsel bleef ook na de afscheiding van België in 1830 gehandhaafd.

Naar boven

Naar de Grondwet van 1848

De Eerste Kamer bestond voornamelijk uit aristocraten die door de koning voor het leven werden benoemd en tegenwicht moesten bieden aan de zogenaamde ‘driften’ van de Tweede Kamer. Niet alle leden van de Eerste Kamer leken in die tijd hun taak serieus te nemen, aangezien een aantal nooit kwam opdagen. Dat leidde ertoe dat er stemmen opgingen om de Eerste Kamer af te schaffen. Om verschillende redenen zou dit thema later regelmatig terugkeren op de agenda van de Nederlandse politiek.

De Tweede Kamer werd gekozen door de Staten van de Noordelijke en Zuidelijke provincies. Zij werd geacht de bevolking te vertegenwoordigen en behandelde wetsontwerpen van de regering. De macht van de Tweede Kamer was in deze periode beperkt. Zij had vooral een adviserende rol en kon geen beslissingen afdwingen.De grondwet van 1848, door de liberaal Thorbecke opgesteld, vergrootte de invloed van de volksvertegenwoordiging op de regering. Kamerleden werden vanaf dat moment rechtstreeks verkiesbaar dankzij het censuskiesrecht, waarbij stemrecht werd verleend aan het deel van de bevolking dat een bepaald bedrag aan belastingen betaalde. De macht van de koning werd hiermee ingeperkt. Voor het eerst was echt sprake van een constitutionele monarchie.Naast grotere invloed verwierf de Tweede Kamer ook nieuwe rechten. Zo kreeg de Kamer de bevoegdheid het vertrouwen in ministers op te zeggen en kreeg zij het recht van amendement, d.w.z. het recht wijzigingen in wetsvoorstellen aan te brengen. Met behulp van deze bevoegdheden liet de Tweede Kamer in 1860 voor het eerst een kabinet vallen. In 1876 viel een tweede kabinet.J.R. Thorbecke (1798-1872)

De vergaderingen van de Tweede Kamer waren vanaf 1814 openbaar. In 1848 werden ook de vergaderingen van de Eerste Kamer toegankelijk voor publiek. Een jaar later werd de Stenografische Dienst opgericht om het gesproken woord tijdens de vergaderingen schriftelijk vast te leggen in de Handelingen.

Naar boven

Verzuiling en kiesrecht

Tegen het einde van de negentiende eeuw ontstonden de eerste politieke partijen. Voorheen konden Kamerleden wel globaal in stromingen ingedeeld worden, zoals liberalen, conservatieven en socialisten, maar nu begonnen de volksvertegenwoordigers zich meer te onderscheiden naar principes en belangen. Door organisatie in politieke partijen konden zij hun belangen sterker verdedigen en een grotere machtsfactor vormen. De verzuiling van Nederland in katholieke, protestantse, socialistische en liberale partijen en organisaties nam een aanvang.

In 1918 werd Suze Groeneweg (SDAP) als eerste vrouw lid van de Tweede Kamer.
De belangrijkste politieke veranderingen na 1848 vonden plaats in de jaren rond de Eerste Wereldoorlog. De Russische revolutie van 1917 zorgde in vele landen voor politieke onrust en leidde in Nederland in 1918 tot de mislukte poging tot revolutie van socialistenleider Jelle Troelstra. De Nederlandse regering hoopte met een aantal concessies revolutionaire krachten de wind uit de zeilen te nemen en een revolutie in Nederland te voorkomen.

Naast het invoeren van sociale wetgeving ging ook het kiesstelsel op de schop. In 1917 werd het algemeen kiesrecht voor mannen ingevoerd en bovendien mochten dames zich ook verkiesbaar stellen. Zelf stemmen volgde twee jaar later, toen het algemeen kiesrecht voor vrouwen werd ingesteld.

Naar boven

Bezettingstijd

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd er niet vergaderd door de Eerste en Tweede Kamer. Er bestaan dan ook geen Handelingen uit deze periode. De laatste bijeenkomst van de Tweede Kamer was op 10 mei 1940, de dag waarop de Duitse krijgsmacht Nederland binnenviel. De voorzitter van de Tweede Kamer, J. van Schaik, sprak een rede uit waarin hij protesteerde tegen de Duitse inval. Daarna werd de bijeenkomst gesloten en ging de Kamer uiteen. De laatste vergadering van de Tweede Kamer die in de Handelingen is opgenomen is van 9 mei 1940. De Eerste Kamer vergaderde voor het laatst op 29 april 1940.

Tijdens de bezetting was door de Duitse autoriteiten bepaald dat de werkzaamheden van de beide Kamers tot nader order moesten blijven rusten. De bezetter ontnam de leden de bevoegdheden en aanspraken die voortvloeiden uit hun Kamerlidmaatschap. Griffiers, ambtenaren en bedienden van de Kamers bleven in functie, voor zover zij niet tijdelijk tewerkgesteld werden bij andere diensten. Na de bevrijding keerden de ambtenaren en bedienden terug uit hun tijdelijke werkkring.

Het vooroorlogse parlement kon na de bevrijding niet zonder bezwaar in de oude samenstelling terugkeren. In het najaar van 1945 kwam de Tijdelijke Staten-Generaal bijeen, bestaande uit de overgebleven parlementsleden van 1940 en gezuiverd van NSB-ers en enkele andere “onvaderlandse” elementen. Op 25 september vond de eerste vergadering van de Tweede Kamer plaats en op 18 oktober kwam de Eerste Kamer weer voor het eerst bijeen. Op 20 november opende Koningin Wilhelmina de eerste zitting van de Voorlopige Staten-Generaal. Deze bestond uit de Tijdelijke Staten-Generaal aangevuld met door de Kroon (Koningin en Ministers) benoemde leden. De regering, onder leiding van Schermerhorn en Drees, trok zich in deze periode niet zoveel aan van de Voorlopige Staten-Generaal en vaardigde in hoog tempo wetten uit. In mei 1946 werden de eerste naoorlogse verkiezingen gehouden. Pas daarna kon het nieuw gekozen parlement haar democratische taken weer volledig uitoefenen.

Naar boven

Voortgang digitalisering

Inhoudsopgave

Omvang materiaal / aantallen

Meters boekenplanken in het magzijn van de KBGedurende de loop van het project Staten-Generaal Digitaal 1814-1995 zal de papieren neerslag van 181 jaar vergaderen, debatteren en besluiten digitaal op deze website beschikbaar zijn. Bij elkaar gaat het dan om ca. 2,5 miljoen pagina's, verzameld in ca. 2200 boekbanden, die samen een ruimte innemen van 150 strekkende meter. Dat alles staat straks in ca. 1.250.000 microfilmopnames op ca. 2000 microfilms. Maar ook digitale bestanden nemen ruimte in: voor de opslag zal ca. 30 TeraByte schijfruimte nodig zijn.

Naar boven

Publicatie nieuwe jaargangen

Terwijl de website van Staten-Generaal Digitaal 1814-1995 al in de zomer van 2007 online is gegaan, wordt er nog hard gewerkt aan de digitalisering van al het Handelingen materiaal. Steeds wanneer er weer een aantal jaren afgerond is zullen deze toegevoegd worden aan de jaren op de website, waarbij we steeds verder teruggaan in de tijd.

Er wordt naar gestreefd om ongeveer vier keer per jaar nieuwe jaren te publiceren. Hieronder vindt u de planning voor publicatie tot aan het eind van het project in 2010. Deze planning is onder voorbehoud en wordt zo nodig aangepast.

Maart 2009: 1959-1960 t/m 1968-1969
Juni: 1929-1930 t/m 1958-1959
September 2009: Ca. 1910 t/m 1929-1930
December 2009: Ca. 1888 t/m 1910
Maart 2010: Ca. 1868 t/m 1888
Juni 2010: Ca. 1814 t/m 1868

Naar boven